Met een kind op komst is de jonge Juan Oliver (Alberto Ammann) blij dat hij in een beruchte Spaanse gevangenis als cipier aan de slag kan. Zijn vrouw heeft echter bedenkingen, en terecht: wanneer Juan een dag voor zijn officiële aanstelling door de bajes wordt rondgeleid breekt er een opstand uit.
In de chaos belandt Juan tussen de gevangenen, en slaagt hij er in zijn identiteit voor de machtige bende van Malamadre (Luis Tosar) te verbergen, al is de vraag hoelang hij dat kan volhouden.
In Daniel Monzóns Cell 211 krijgt het bekende gegeven van de onschuldige gevangene een extreem beklemmende uitwerking. De regisseur was twee keer te gast op het Amsterdam Fantastic Film Festival, waar hij tien jaar geleden de publieks- en juryprijzen kreeg voor zijn debuut El corazón del guerrero (Het hart van de strijder).
Na de bitterzoete fantasyfilm werkte Monzón samen met scenarioschrijver Jorge Guerricaechevarria bij een komedie over de diefstal van Picasso’s Guernica, en in de Engelstalige puzzelthriller The Kovak box. In hun romanbewerking Celda 211 respecteren de twee de wetmatigheden van de bajesfilm, maar ze slagen er goed in de clichés van het genre zo naar hun hand te zetten dat voorspelbaarheid uitblijft.
Het helpt daarbij dat de film verankerd is in de Spaanse praktijk. In de gevangenis bevinden zich vier ETA-terroristen die door de opstandelingen gegijzeld worden, waarmee een lokaal probleem een zaak van nationaal belang wordt. De makers gebruiken de kwestie om de spanning te verhogen, niet om een politieke stellingname uit te dragen. Hetzelfde geldt voor de mensonterende omstandigheden in de bajes. Maar dat neemt niet weg dat de enerverende film tot nadenken stemt, over nut en noodzaak van langdurige opsluiting in een snelkookpan vol met de slechtst denkbare rolmodellen.
Monzon en Guerricaechevarria zijn niet de eerste genrespecialisten die aantonen dat een film vol actie en spanning meer dan amusement kan zijn, maar slagen er wel opmerkelijk goed in vorm en inhoud in balans te houden.
Het leverde hen eerder dit jaar een triomf bij de Spaanse Goya-uitreiking op, waar ze concurrent Agora wegvaagden. Ongetwijfeld met dank aan acteur Luis Tosar, die in eigen land al jaren een fenomeen is en daarbuiten opviel als Colombiaanse drugsbaron in Miami Vice. Het best bewaarde geheim van Spanje kan na zijn geweldige schurkenrol in Cell 211 Javier Bardem achterna.
(Bart van der Put)