Het recenseren van kinderfilms blijft een risicovolle aangelegenheid. Want hoe een film te recenseren waarbij de schrijver totaal niet tot de doelgroep behoort? Neem Ernst & Bobbie en het geheim van Monte Rossa, de tweede bioscoopfilm over de avonturen van tv-vrienden Ernst en Bobbie. Een film voor peuters, kinderen van drie of vier jaar. Ditmaal moet ons olijke duo de geheime schat van Monta Rossa vinden om zo een circusschool te redden.
Ernst (in KLM-blauw colbert) en Bobbie (in kanariegele sweater) zijn zeker niet de twee slimste jongentjes uit de klas en Bobbie heeft duidelijk zijn dagelijkse dosis Ritalin nog niet gehad, maar wat ze missen aan IQ compenseren ze met goede bedoelingen. Dat in tegenstelling tot superboef Fedor (Ton Kas) die samen met handlanger Indy (Chava Voor in ‘t Holt) koste wat kost de schat als eerste in handen wil krijgen.
Filmische hoogstandjes hoef je bij Ernst & Bobbie niet te verwachten, en naar diepere lagen hoef je hier evenmin te zoeken. De film heeft welgeteld een volwassen grap: Fedor: ÒJe vader was ook crimineel.Ó Indy: ÒMaar papa werkte toch bij een bank?Ó
Fedor: ÒDat zeg ik, crimineelÓ.

Maar het verhaal is helder en de karakters zijn niet eens tenenkrommend slecht, ook al is de hyperactieve Bobbie erg vermoeiend. Ton Kas laat zelfs zien dat je prima een slapstick schurk kan spelen zonder direct heel flauw en overtrokken te worden. Een ding blijft er wel te wensen over: de futloze liedjes. Natuurlijk moet het allemaal niet te moeilijk zijn, maar je hoopt toch op iets meer dichtkunst dan: ‘Wij zijn hier, de boeven zijn daar, we hebben het allemaal heel goed voor elkaar.’ Daar kunnen zelfs de Teletubbies wat beters van breien.