François Ozon haalt in ’Le refuge’ veel overhoop. Naast dood door overdosis gaat de film over familiegeheimen, seksuele identiteit en het moedergevoel. Tussen de barrières door probeert een vrouw de dood van haar vriend te boven te komen.
De twintigers Mousse (Isabelle Carré) en Louis (Melvil Poupaud) zijn verslaafd aan heroïne. Nadat zij de spuit weer eens hebben gehanteerd, wordt Louis niet meer wakker. Misschien was de heroïne vuil, de dosis te groot of was er een andere oorzaak, maar de jongen is dood. Als de nog maar net zwangere Mousse de eerste klap te boven is, staat zij voor de vraag of zij de zwangerschap wil doorzetten.
Haar kille schoonmoeder dringt aan op abortus, maar zij wil er in een vakantiehuisje eens goed over nadenken. Mousse krijgt er bezoek van Louis’ broer Paul (Louis-Ronan Choisy), een begaafde pianist, die een boekje open doet over de familieverhoudingen. Het gedeelde verdriet over Louis schept een band. Mousse realiseert zich dat de gevoelige Paul misschien wel een betere man voor haar is dan Louis was. In een Hollywoodfilm zou dat tot een gelukkig einde leiden, maar Ozon zet zijn personages altijd met veel genoegen de voet dwars: Paul valt niet op vrouwen. Wat niet wil zeggen dat hij van Mousse af is.
’Le refuge’ is na ’Sous le sable’ en ’Les temps qui reste’ Ozons derde film over rouwverwerking. Van de drie is deze het onevenwichtigst. De film stelt zoveel aan de orde dat hij een maakt. Wat ook niet helpt is dat de taboes die Ozon meent aan te vallen geen taboes zijn: dat drugs ook in rijke milieus worden gebruikt is een open deur en dat geldt ook voor zijn observatie dat niet iedere zwangere vrouw juichend uitziet naar de geboorte van haar kind.
En dat zwangere vrouwen bij sommige mannen rare fantasieën oproepen is ook geen nieuws. De beste stukken van ’Le refuge’ zijn die waarin Ozon zich gedeisd houdt. Op die momenten krijgt de film de kans om te ademen. Dan ook worden Mousse en Paul mensen van vlees en bloed. Helaas duurt dat nooit lang, want steeds duikt een nieuw probleem op. Hadden we adoptie al genoemd?
Jos van der Burg