In de meeste roadmovies leert de hoofdpersoon een belangrijke levensles, maar niet in het Argentijnse Liverpool. Het ultraminimalistische drama volgt een in het leven vastgelopen zeeman.
Dat de Argentijnse filmmaker Lisandro Alonso van minimalistisch drama houdt, weten we van zijn films La libertad en Los muertos, maar met Liverpool is hij aanbeland op het dramatische nulpunt. Een zeeman (Juan Fernandez) wil na jaren varen zijn oude moeder bezoeken, die in een gehuchtje in het Argentijnse zuiden woont. Als hij van de kapitein in een havenplaats van boord mag, trekt hij een schone overall en schoenen aan, ruimt zijn hut op, rookt een sigaretje en gaat van boord.
Inmiddels zijn we minstens vijf minuten verder, want de film trekt voor deze handelingen bijna de volledige tijd uit die ze in werkelijkheid zouden duren. Het is de opmaat voor een tergend trage roadmovie over de eenzame zeeman, die met altijd een fles wodka onder handbereik, lopend en liftend door besneeuwde vlakten zijn weg naar huis zoekt.
Daar wacht de zwijgzame man een verrassing uit zijn verleden, die we niet zullen verraden, want dramatisch valt er al zo weinig te beleven in Liverpool. Alonso lijkt met zijn extreme minimalistische benadering deze keer zijn hand te hebben overspeeld.
Hij deelt zo weinig mee over de zeeman, dat de kijker nooit betrokken raakt bij zijn leven. Liverpool leert dat een desolate sfeer en een fraai besneeuwd landschap niet genoeg zijn voor een geslaagde film. Nodig is ook een minimum aan informatie over de personages.
DOOR: JOS VAN DER BURG
FOTO: OUTNOW.CH