Dat is schrikken als de twintigjarige Li Cunxin in Houston belandt waar hij een paar maanden stage mag lopen bij het Houston Ballet. Maar anders dan men hem in China heeft verteld is het Amerikaanse leven geen hel. Mensen wonen in kasten van huizen, eten verrukkelijk voedsel en amuseren zich in discotheken. Ook uiten ze zonder angst kritiek op de president.
Cunxin past zich snel aan. Hij wordt verliefd en maakt een sensationele indruk als hij een geblesseerde danser vervangt. Begrijpelijk dat de rijzende ster niet meer terug wil naar het maoïstische China, waar hij vanaf zijn elfde werd gedrild op de door Mao's vrouw Jiang Qing geleide balletschool in Peking.
Klassiek ballet was er taboe, want de toekomst was aan revolutionair ballet met arbeiders en soldaten, rode vlaggen en geweren. De Chinese autoriteiten hebben geen boodschap aan Cunxins weigering om terug te keren naar zijn vaderland.

Als dreigen niet helpt, volgt een poging tot kidnapping. Het veroorzaakt zo'n publiciteitsgolf dat de Chinese autoriteiten hem uit angst voor een diplomatiek schandaal laten gaan.
Het door Bruce Beresford (Driving Miss Daisy) geregisseerde Mao's last dancer zal veel Amerikanen goed doen. Nu eens geen bankschandalen, uitzichtloze armoede en hebzucht, maar een optimistisch verhaal over een jongen die alle barrières in zijn leven overwint.
De film gaat over de Amerikaanse Droom zonder één relativerende opmerking. Zonder spoortje ironie bezingt Mao's last dancer Amerika als het land van de ultieme vrijheid. Dat Cunxin zo goed danst in Houston komt volgens hem doordat hij zich er vrij voelt.
De film is volgetimmerd met dit soort dikke planken. De politieke en melodramatische clichés doen denken aan Hollywoodfilms van een halve eeuw geleden. Dat is storend, maar de balletscènes zien er fantastisch uit. Chi Cao, in het dagelijks leven danser bij het Birmingham Royal Ballet, danst als Cunxin de sterren van de hemel. Heeft hij soms ook een drilopleiding gehad in China?
JOS VAN DER BURG