De beelden in natuurfilms worden steeds spectaculairder. Océans, over het leven in de oceanen, is soms bijna een surrealistische visuele trip. In informatie zijn de makers minder geïnteresseerd.
Er zijn geen dieren misbruikt voor de film, meldt een tekstje voor het begin van Océans. Ook lezen we dat de haai die in de film de vinnen wordt afgesneden, waarna het dier zieltogend in zee sterft, geen echte haai is, maar een robothaai. Ziehier de moderne natuurfilm, waarin alles om het effect draait, en een stervende haai een kunststofhaai blijkt te zijn.
Het roept de vraag op hoe het met de andere beelden zit. Zijn de bizarre onderwaterschepsels echte dieren of het resultaat van een geavanceerd computerprogramma? En gaan die reuzenkrabben op de zeebodem elkaar echt met duizenden tegelijk te lijf, zodat het lijkt of we in Paul Verhoevens Starship troopers zijn beland, of heeft computergegoochel de aantallen vergroot?
Bij Océans moet de kijker zich geen vragen stellen, maar zich overgeven. De film wil met spectaculaire beelden een indruk geven van het leven in de oceanen. Dat lukt uitstekend, want de fascinerende en bizarre beelden buitelen over elkaar. Het is de herkenbare werkwijze van de Franse producent, acteur en regisseur Jacques Perrin, die van natuurfilms sinds Microcosmos (1996), waarin insekten zo close werden gefilmd dat ze veranderden in reuzemonsters, denderende spektakelstukken maakt. Ook in Océans is de extreme close up een favoriet stijlmiddel: doordat de camera bovenop hen zit, wordt een schildpad een tank en een vinvis een onderzeeboot.
De mens is de grootste vijand van het leven in zee is de boodschap van de film, die er met veel bombastische muziek wordt ingeramd. Gelukkig hoeven we niet te wanhopen, want "alles is nog mogelijk". Als Jacques Perrin het zegt, moet het wel waar zijn.
JOS VAN DER BURG