In een grauw industriestadje klooien enkele scholieren wat aan met softdrugs. Politieman Cristi (Dragos Bucur) moet hen schaduwen om te achterhalen wie hun leverancier is.
De saaiheid van de klus wordt benadrukt door lange shots en een statische cameravoering. Uit de met de hand geschreven rapporten van de Roemeense politieman kun je aflezen hoe zinloos hij het vindt om deze jongeren te moeten schaduwen. Aan een meerdere vertelt hij dat hij op zijn huwelijksreis in Praag gezien heeft hoe de politie een oogje dichtkneep voor softdrugsgebruik.
Zijn bazen willen daar echter niets van weten en dringen op arrestaties, desnoods alleen voor drugsbezit. Cristi wil jongeren geen jarenlange gevangenisstraf aandoen voor het roken van een joint, maar zijn bezwaren worden weggewuifd. Als hij de wet niet wil handhaven moet hij maar ophouden met zijn politiewerk.
Net als in zijn sterke debuut 12:08 - East of Bucharest grossiert regisseur Corneliu Porimboiu in gortdroge dialogen, met een bijna absurdistische ondertoon. Maar waar de voorganger op satirische wijze de vermeend heldhaftige volksopstand tegen Ceasescu op de hak nam, daar slaat Police, adjective een serieuzere toon aan.
Samen met zijn hoofdpersoon vraagt de regisseur zich af hoe de autoriteiten in de voormalige politiestaat Roemenië moeten omgaan met zaken als gezag, eigen verantwoordelijkheid, wetten en rechtvaardigheid. In een ijzersterke slotdialoog laat de baas zelfs een woordenboek komen om het morele dillemma van Cristi te ontleden, en zijn argumenten te ontzenuwen.
Voor de Nederlandse kijker is het makkelijk om partij te kiezen voor die ploeterende agent, die softdrugs het liefst zou willen gedogen. Maar wat als ditzelfde verhaal nou eens zou gaan over een ambtenaar in Staphorst die het vertikt een homohuwelijk te voltrekken. Kiezen we dan ook partij voor de gewetensbezwaarde? Of vinden we dan de wet ineens wel belangrijker? Het knappe van Porimboiu's bespiegelende vertelling is dat hij zulke vragen oproept, zonder ze expliciet te stellen.
FRITZ DE JONG