Een beetje Hollywoodster laat zich op de filmset volgen en verzorgen door een stuk of wat persoonlijke assistenten. Voor sprookjesprinses Rapunzel is dat niet voldoende: op de aftiteling van haar film zien we dat ze alleen al voor heur haar kon beschikken over een heel legertje haar-animatoren. Nu is die lange streng haar van Rapunzel ook wel bijzonder: haar blonde lokken hebben helende krachten, en daarom heeft een oude heks het meisje weggestopt in een verborgen toren. Als ze achttien wordt wil Rapunzel graag de wijde wereld intrekken. Dit wordt haar streng verboden.
Als de knappe maar onbetrouwbare vrijbuiter Flynn onverwacht haar toren binnenstommelt gaat Rapunzel er toch stiekem vandoor. Samen met Flynn beleeft ze een reeks avonturen in de voor haar volslagen nieuwe buitenwereld, waarbij een glansrol is weggelegd voor een komisch paard dat fanatiek op zoek gaat naar de wegens diefstal gezochte dief.
Met het oorspronkelijke (en in ons land niet zo heel erg bekende) sprookje van de Gebroeders Grimm heeft deze 3D-animatie uit de Disneystudio slechts zijdelings te maken. Met zijn oneerbiedige parodie op sprookjesconventies en zijn cartooneske humor doet de film soms nog het meest denken aan Shrek van concurrent DreamWorks.
De magische edelkitsch waarop Disney patent heeft komt helaas pas laat in de film om de hoek kijken, in een betoverende scene waarin Rapunzel en haar (dan eindelijk) geliefde Flynn in een bootje omringd worden door duizenden zwevende lichtjes op een meer. Met goed gevoel voor effectbejag sturen de 3D-animatoren ook een aantal zweeflampjes de zaal in. Als de rest van de film niet zo overdreven jolig was geweest had het vast een brok in de keel opgeleverd. Nu leidt het slechts tot de verzuchting dat Disney vooral moet proberen Disney te blijven.
(Fritz de Jong)