Wanneer een actieheld het gebeuk achter zich wil laten, toont de ruwe bolster zijn blanke pit en de grote jongen zijn kleine hartje.
Hij jaagt niet langer op het schuim der aarde, maar ontfermt zich over een roedel krijsende kinderen. Dat wordt lachen: hij is getraind om te doden, hij is de beste in zijn vak, maar nu staat hij voor zijn grootste uitdaging. Arnold Schwarzenegger werd Kleuterklabak (Kindergarten cop), Vin Diesel was de Fopspeen (The pacifier) en Jackie Chan is de Babysitspion.
In The spy next door leidt de 55-jarige actieheld een dubbelleven. In de buitenwijk kent men hem als de saaie pennenverkoper Bob Ho, in de wereld van internationale intriges is hij als Chinese superspion aan de Amerikaanse geheime dienst uitgeleend. Zijn buurvrouw ziet in de pennenverkoper een ideale echtgenoot, maar dan moet hij wel bewijzen dat haar drie kinderen ook goed met hem op kunnen schieten. Zal Bob Ho de kleine sceptici voor zich kunnen winnen, of gooit het Russisch geboefte roet in het eten?
De komedie van tweevoudig Flintstones-regisseur Brian Levant volgt de regels van het spel op de voet, al heeft hij de gebruikelijke poepluier-scene afgeschaft, waarvoor Vin Diesel bedankt moet worden. Dat neemt niet weg dat het concept een didactisch vraagstuk opwerpt dat ook Levant niet kan oplossen: de actiehelden leren de kinderen steeds opnieuw dat respect met rake klappen afgedwongen kan worden, en dat wringt.
Jackie Chan heeft echter altijd een voorkeur voor humor uit de Peppi en Kokki school gehad, met oliedom boeventuig en olijke knipogen naar het publiek, waardoor The spy next door iets minder bezwaarlijk uitpakt. Maar de ster uit genreklassiekers als Drunken master, Police story en Rumble in the Bronx komt niet bepaald ongeschonden uit de strijd. Bob Ho? Tot hier en niet verder Jackie!
BART VAN DER PUT