TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen

TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen | Dag vogels, dag bloemen, dag aarde!

Dag vogels, dag bloemen, dag aarde!  

Door Mark Moorman 

In de klassieke komedie Kentucky Fried Movie (John Jandis, 1977) zat een faketrailer die verwees naar de rampenfilm That's Armageddon!. Een donkerbruine mannenstem riep: 'If you were thrilled by The towering inferno. If you were terrified by Earthquake. You will be scared shitless by That's Armageddon! (Dan zul je in je broek schijten van angst bij That's Armageddon!), gevolgd door twee minuten van vlammen, instortende systeemplafonds en kromme dialogen.

De satire werkte moeiteloos in de jaren zeventig, bloeitijd van de rampenfilm, achteraf te duiden als de laatste stuiptrekking van het oude HHollywood. Earthquake (Mark Robson, 1974)  en The towering inferno (John Guillermin, Irwin Allen, 1974) waren de onbetwiste hoogtepunten. Deze verslaggever herinnert zich nog de campagne rond Earthquake, waarvoor het nieuwe geluidssyteem Sensurround was ontwikkeld. De geluidseffecten van de aardbevingsscenes waren zo sterk, dat er kans bestond dat er kalk los kwam van het plafond, zo wilde het verhaal. In Hollywood zou men in bepaalde historische theaters al netten hebben gespannen om het publiek te beschermen. Zo sterk was deze campagne, dat op duizenden kilometers van Hollywood, het publiek van de City-bioscoop in Hilversum angstvallig het plafond in de gaten hield toen de aardbevingsscenes begonnen.

De toon van de rampenfilm werd gezet met Airport (George Seaton, 1970) en The Poseidon adventure (Ronarampenfilm2ld Neame, 1972), die de klassieke structuur van de rampenfilm bepaalde. Een sterrencast - vooral de sterren uit de voorafgaande decennia - krijgt een ramp voor zijn kiezen (een neerstortend vliegtuig, en ondersteboven gekeerd cruiseschip) en vecht voor het leven. Een van de attrecties schuilde erin om de klassieke sterren van weleer te roosteren, van gebouwen af te werpen of onder te dompelen. De films waren mateloos populair en goed voor karrevrachten Oscarnominaties, maar het waren ook de laatste levenstekenen van het oude regime. Het nieuwe Hollywood kwam er aan: onbekende acteurs, low budget, weinig instortende gebouwen. In het jaar van The Poseidon adventure maakte Francis Ford Coppola The godfather.

Onrust van de tijd
Rampenfilms, zo oud als de cinematografie zelf, zijn altijd verbonden geweest met de sociale onrust van de tijd. Zo zou de filmramp een louterende werking hebben waarmee onze diepgewortelde angsten bevrijd worden. Het is sociologie van de koude grond, maar opgemerkt dient te worden dat Richard Nixon op 9 augustus 1974 het Witte Huis met gebogen hoofd verliet, dat de oorlog in Vietnam verloren ging, de stad New York bijna failliet was en de misdaadstatistieken rood uitsloegen. En dan is het misschien niet zo gek dat in The towering inferno het hoogste gebouw ter wereld in de brand vliegt vanwege een corrupte aannemer, terwijl de politieke en maatschappelijke elite op de hoogste verdieping een feest aan het vieren is. Hoogmoed kwam hier heel letterlijk voor de val.

In 1980 had het oude Hollywood definitief plaatstgemaakt voor het nieuwe - alle oude sterren waren inmiddels verdronken, geëlekrokuteerd en uit een vliegtuig gevallen. Airplane! van Jim Abrahams en de gebroeders Zucker was de definitieve satire die het gouden tijdperk van de rampenfilm afsloot.Dertig jaar later is de rampenfilm  weer helemaal terug, gevolgd door zijn boze tweelingbroer, de post-apocalyptische film, waarbij na de ramp (militair, dan wel klimatologisch) de mensheid weer tot een primitieve staat is teruggeworpen. Had men in de jaren zeventig nog echte vlammen, echte vloedgolven  en schaalmodellen nodig om de ramp te visualiseren, tegenwoordig is een beetje ramp Computer-generated Imagery, ofwel CGI. De enige limiet aan de filmramp is tegenwoordig de grens van de verbeelding. En dat komt goed uit, want met een enkele aardbeving of een fikse brand komt je er niet meer. We leggen hele steden in de as, laten  Calfornië in de zee glijden en zetten  de Himalaya onder water. Maar 2012 van Roland Emmerich moet dan ook de moeder aller rampenfilms worden.

De Duitse Hollywoodregisseur Emmerich is zelf grotendeels verantwoordelijk voor de revival van het genre. In Independance day (1996) wordt de aarde bedreigd door een agressief buitenaards volk. Het thema was bekend, maar het meeslepende enthousiamse waarmee Emmerich de vernietigende kracht van de aliens liet zien was nieuw. De scene waarin het Witte Huis wordt verpulverd werd naar verluid in zalen wereldwijd toegejuicht.

Gouden jaren
Het waren de Clinton-jaren en hoewel het Lewinsky-schandaal nog niet was losgebroken bestond wel het idee dat de economische voorspoed niet bepaald hand in hand ging met hooggestemd leiderschap. Het morele vacuüm werd door Emmerich opgevuld met een president (Bill Pullman) die de troepen toesprak en hoogstpersoonlijk  achter de stuurknuppel van een gevechtsvliegtuig plaatsnam om de aliens uit de lucht te halen. Er loopt een rechte lijn van die, met veel ironie gespeelde, scene naar de 'Mission acomplished' scene (2003), waarmee George W. Bush in gevechtstenue - geen ironie -  meldde dat de oorlog in Irak voorbij was.

Er waren meer rampenfilms in die gouden economische jaren negentig, maar de rampen kwamen hier uit de kosmos (meteoren in Deep impact en Armageddon, beide uit 1998) of onder de aardkorst vandaan (vulkanen in Volcano en Dante's peak uit 1997). De schuldvraag hoefde hier niet beantwoord te worden en de natuur bood een mooie gelegenheid om een ouderwetse staaltje heldhaftigheid ten toon te spreidden. In tijden van overvloed was was daar gebrek aan:  karakter en heldenmoed.

Het einde van de aarde
De invloedrijkste rampenfilm van het afgelopen decennium was een low budget documentaire, met een te verwaarlozen budget voor special effects. In An inconvenient truth (Davis Guggenheim, 2006) laat Al Gore aan de hand van een veredelde Powerpoint-presentatie zien wat er gebeurt als de Poolkappen smelten: kustgebieden komen onder water te staan en Apeldoorn komt aan zee te liggen. Twee jaar eerder was Emmerich al op de klimaatkar gesprongen met The day after tomorrow (2004), waarin  de opwarmende Aarde de stromingen in de Oceaan beïnvloed en Noord-Amerika - en in het bijzonder het fotogenieke Manhattan - wordt getroffen door een vloedgolf en een acute ijstijd. Een jaar na de beelden van Manhattan onder water in The day after tomorrow, klopte Katrina aan en liep New Orleans echt onder water. Het leek alsof die doemsdag inderdaad was aangebroken.

2012 van Emmerich, een man met kennelijk een fijne neus voor de apocalyps du jour, sluit aan bij de al jaren populaire mythe dat de aarde op 21 september 2012 ophoudt te bestaan. Dit leeft vooral bij mensen die ook de fictie van Dan Brown letterlijk nemen (let wel: 80 miljoen verkochte exemplaren) en is terug te voeren op de opvatting dat de jaartelling van de Maya's (oude volkeren hebben natuurlijk geheime wijsheid in pacht) simpelweg ophoudt.

Bonte verzameling onheilsprofeten

Wie zich van het 2012-fenomeen op de hoogte stelt merkt al snel dat het de hobby is van een bonte verzameling onheilsprofeten, klimaat-pessimisten, numerologen, afgedwaalde deeltjeswetenschappers, ufologen en bijbelvorsers die de Openbaring van Johannes als een letterlijke plattegrond van de jongste dag nemen. Het verzamelde gevoel in deze groep is dat we de dag des oordeels over onszelf hebben afgeroepen - en dat het goed zou zijn om weer eens met een schone lei te beginnen. Het einde van de Maya-kalender sluit voor veel mensen goed aan bij het omvallen van banken of bij de eerste zwarte president in het Witte Huis - de ruiters van de moderne apocalyps.
Het slot van 2012 is merkwaardig vrij van ironie en het lijkt alsof Emmerich ook wel wat voelt voor die Nieuwe Mensheid. Hij heeft inmiddels al een televisieserie aangekondigd die moet beschrijven hoe het de mensheid verder gaat in dat nieuwe Eden. Het thema van het nieuwe paradijs is overigens het beste uitgewerkt in Battlestar Galactica, briljante post-apocalyptische science fiction serie.

Ondertussen moet de aarde eerst ten onder gaan en dat is  de hoofdattratie van 2012. Emmerich citeert uit de (eigen) rampenklassiekers en doet er vervolgens een paar scheppen bovenop. Liet hij in Independance day het Witte Huis vergaan door een vuurstraal; in 2012 voert een tsunami een vliegdekschip mee dat het Witte Huis van de kaart veegt.  Emmerich is niet van de subtiele boodschappen: misschien is dit zijn versie van 'militaristisch boontje komt om zijn apocalyptische loontje.' En verging de Titanic niet na aanvaring met een ijsberg? In 2012 laat hij een moderne ark van Noach (bijna) te pletter slaan op de Mount Everest: Amerikaanse critici hebben 2012 al omgedoopt in Apocalypse porn. Tot 21 december 2012, als blijkt dat het einde der tijden nog even op zich laat wachten, zal men in Hollywood het leven op de planeet op alle mogelijke manier aan een einde laten komen. Omdat we leven in onrustige tijden. En omdat we graag dingen opblazen.

 
Dag vogels, dag bloemen, dag aarde! van  Frank Scholten
Gepubliceerd: 11-11-2009 , Laatst bijgewerkt: 11-11-2009