In 2002 reisde de voormalige Amerikaanse ambassadeur Joseph P. Wilson naar Niger, waar hij in opdracht van de CIA onderzocht of Saddam Hussein er 500 ton uranium had gekocht. Dat bleek niet het geval. Twee jaar later insinueerde George W. Bush echter het tegendeel, in een pleidooi dat de oorlog tegen Irak moest rechtvaardigen. Wilson was onthutst en openbaarde zijn bevindingen in The New York Times. Vervolgens werd er vanuit kringen rond vice-president Dick Cheney informatie over Wilson’s echtgenote Valerie Plame gelekt: de ambassadeursvrouw bleek een dubbelleven als geheim agent voor de CIA te leiden. Wilson reageerde furieus, Plame hield zich op de vlakte, tot ze bij een parlementair onderzoek een getuigenis mocht afleggen.
In het op de memoires van de echtelieden gebaseerde Fair game reconstrueert Doug Liman de troebele affaire. Wilson wordt vertolkt door Sean Penn, die zich in het verleden veelvuldig luidkeels tegen de oorlog keerde. In Fair game daarentegen is hij verrassend ingetogen en genuanceerd in de kritiek op een Witte Huis dat de kluit toch lelijk belazerde. Liman en de scenarioschrijvers beseffen dat de feiten boekdelen spreken, en richten zich primair op de wissel die de affaire op het huwelijk en het leven van Wilson en Plame trok.
(Bart van der Put)