Meidengroep KUS beleeft na twee theatertours en een tv-serie met Limo haar speelfilmdebuut.
Je had er op kunnen wachten. En wat blijkt? Anouk (van Schie), Fleur (Minjon), Meike (Hurts) en Monique (de Waal) doen het niet eens slecht in hun eerste filmavontuur.
Wanneer Anouk onverwacht een kasteel erft in Verweggistan, moet deze natuurlijk direct met haar drie boezemvriendinnen bezocht worden. Maar het kasteel blijkt al snel niet zo maar een kasteel te zijn. De bedden zijn opgemaakt, het eten staat klaar, maar bediendes zijn nergens te bespeuren. Bovendien lijken de schilderijen de meiden na te staren. Maar dat is niet eens het meest merkwaardige gegeven: een ondergrondse gang leidt naar een geïsoleerd westerndorp, waar de tijd 200 jaar stil heeft gestaan, alle kinderen zijn verdwenen, de bewoners steeds in slaap vallen en de norse Dominee (Jack Wouterse) de scepter zwaait. En die zit natuurlijk niet te wachten op vier fleurige meiden in minirokjes die bij het minste of geringste in vrolijke liedjes uitbarsten.
Niemand zal de vier dames - voor wie de middelbare schooltijd in werkelijkheid natuurlijk al best een tijdje geleden is - ervan beschuldigen grote acteertalenten te zijn, maar Oscarmateriaal wordt hier ook niet van hen verlangd. Fris, naïef optimisme hebben de meiden meer dan genoeg. Het echte overacteren wordt wijselijk overgelaten aan acteurs als Jack Wouterse als Dominee en Jan Decleir als Professor Plof, wiens uitvindingen nog wel eens de lucht in willen gaan.
De film pretendeert niet meer te zijn dan deze is: fijn entertainment voor tienermeisjes, met een beetje avontuur, een beetje mysterie en een beetje romantiek. En, vooruit, een liedje of twee. Waarschijnlijk lang niet voldoende voor de echte fans, maar voor niet-ingewijden te weinig om je aan te irriteren. Prima middenweg dus.
Bregtje Schudel