In Een tijd voor dronken paarden en Turtles can fly portretteerde Bahman Ghobadi Koerdische kinderen die leden onder de gevolgen van jaren aanhoudend oorlogsgeweld. Voor het quasi-documentaire No one knows about Persian cats verplaatste de Iraanse cineast zijn camera van de afgelegen bergen van Koerdistan naar de grotestadsjungle Teheran.
In een dynamisch gemonteerde stijl volgt Ghobadi enkele jonge musici die - tegen de islamitisch-fundamentalische verdrukking in - westerse rockmuziek willen maken. Ghobadi richt zich vooral op de verwoede pogingen van een jongen en een meisje om samen een band, uitreispapieren én een concert in Londen te organiseren.
Het levert een sympathiek portret op van jonge Iraniërs die gevangenisstraffen of erger riskeren door een vrijer bestaan na te streven. Dit is de generatie die vorig jaar al Twitterend protesteerde tegen de dubieuze verkiezingsuitslag. Vooral dat gegeven maakt de film interessant. Je kunt namelijk niet volhouden dat er nou zo zo bijster geweldig geacteerd of gemusiceerd wordt.

De door Ghobadi geportretteerde underground maakt slappe aftreksels van indie-rock, rap, heavy metal en andere westerse genres, voorzien van tamelijk pathetische Perzische liedteksten. De muzikanten zien dat zelf ongetwijfeld anders. Er staat dan ook heel wat op het spel, vooral sinds president Ahmadinejad 'decadente, westerse muziek' in de ban heeft gedaan.
In geimproviseerde studiootjes in koeienstallen, op daken en in kelders proberen deze popmuzikanten te ontsnappen aan het verstikkende bestaan in een religieuze dictatuur. Hoe verstikkend die staatsterreur is blijkt bijvoorbeeld als de hoofdpersonages worden aangehouden omdat ze het wagen een hond te vervoeren in hun auto.
Hun manager wordt in een andere scene bedreigd met een hoge geldboete en een lijfstraf wegens het bezit van westerse films en alcohol. Al smekend weet deze beroepsritselaar zich er onderuit te draaien: die fles was immers nog verzegeld?
FRITZ DE JONG