Filmmaker Astrid Bussink maakte een documentaire over de vuurwerkramp. Het egodocument verandert gaandeweg in een zoektocht naar de oorzaak van de ramp.
Eén van de mooiste scènes uit Mijn Enschede is die waarin we oud-brandweerman Ben Bult zien, die rondleidingen geeft door het nieuwe Roombeek. Op de dag van de ramp was hij ter plekke.
De oud-brandweerman kijkt uit over het voormalige rampterrein. Uiterlijk onbewogen, maar zijn emoties zijn welhaast voelbaar. Hij ervaart ter plekke nog altijd de spanning van de dag van de ramp, zegt hij in de film.
Filmmaker Astrid Bussink (Eibergen, 1975) studeerde eind jaren negentig aan de AKI en bewoonde een huisje aan de Roomweg. Op de dag van de vuurwerkramp zou ze verhuizen naar Amsterdam. Het studentenhuis werd volledig verwoest.
In 2008 keerde ze terug naar Enschede om een film te maken over de gevolgen van 13 mei 2000. Ze betrok een luxe appartement met uitzicht op het herdenkingsmonument in Roombeek.
De film wekt, ook al vanwege de titel, de indruk dat het om een egodocument gaat. Maar we komen weinig te weten over Bussink’s eigen ervaringen en emoties. We zien haar zitten op een stoel, met de kat op schoot, terwijl achter haar de beelden geprojecteerd worden van de vernielde wijk. Ook zien we haar het rampgebied ingaan, op zoek naar de restanten van haar woning. „Hier was de keuken, daar de wc.”
Prachtige scènes, maar als kijker word je toch vooral nieuwsgierig naar wat de ramp voor invloed op haar eigen leven heeft gehad. Waar was ze op dat moment? Hoe heeft ze de gebeurtenissen verwerkt?
In de film lopen lopen verschillende verhaallijnen door elkaar, al wordt het accent gaandeweg verlegd van een persoonlijk verhaal naar een zoektocht naar de oorzaak van de ramp en de vermeende dader André de Vries. In interviews heeft de filmmaker gezegd dat ze de persoonlijke passages uiteindelijk heeft weggesneden „omdat het voelde als koketteren”. Jammer, gemiste kans.
In plaats daarvan laat Bussink zich gefascineerd meeslepen door de complottheorieën. Ze interviewt verschillende mensen - waaronder de vrouw van de vermiste Henk Vinke, ex-politiemannen Paalman en de Roy van Zuydewijn - maar hoe meer mensen ze spreekt, des te minder ze ervan zegt te begrijpen.
Wel vindt ze, na lang speuren, André de Vries ‘ergens in Duitsland’. Hij werd veroordeeld tot vijftien jaar cel, maar na 2,5 jaar in hoger beroep vrijgesproken. Het wordt een kort gesprek - De Vries is niet al te spraakzaam - en Bussink realiseert zich na afloop enigszins schaamtevol dat zijn leven net zo goed verwoest is, of hij nu iets met de ramp te maken had of niet.
Mijn Enschede zal op mensen die de ramp van nabij hebben meegemaakt grote indruk maken. Bussink heeft bovendien een fraaie stijl van filmen en houdt zich als interviewer op prettige afstand.
Op Oudejaarsdag 2008 is ze getuige van een garagebrand waar vuurwerk ligt opgeslagen, uitgerekend in het huis naast oud-brandweerman Ben Bult. We zien de ontzetting op haar gezicht, voor het eerst. Astrid redt één van de kinderen uit het huis. Wéér eindigt haar verblijf in Enschede met een vuurwerkbrand. „Het is”, zegt ze aan het eind van de film, ‘alsof de ramp nog niet vergeten kon worden.”
Als één ding duidelijk wordt in ‘Mijn Enschede’ dan is het wel dat heel veel mensen daar, tien jaar later, om verschillende redenen ook nog helemaal niet toe in staat zijn.
CORINE VAN ZUTHEM