Twee jaar geleden had de Zweed Daniel Espinosa in eigen land veel succes met Snabba Cash. De verfilming van Jens Lapidus' misdaadroman Snel geld trok in Nederland weinig bezoekers en werd in het Engelse taalgebied niet uitgebracht, maar Hollywood nam er wel notie van.
Aan een herverfilming wordt gewerkt, en Espinosa maakt met het in Zuid-Afrika opgenomen Safe house zijn Amerikaanse debuut.
De actierijke thriller doet in de vorm en structuur aan Snabba cash denken. Espinosa jaagt zijn acteurs en de cameraman van de drie Bournefilms van hot naar her, en snijdt voortdurend heen en weer tussen personages die elkaar pas laat in de film treffen.
De plot draait om twee aan de CIA verbonden mannen in Kaapstad, en twee afdelingshoofden, die zich vanuit het Amerikaanse hoofdkwartier met het veldwerk bemoeien.
Denzel Washington speelt een verdwenen CIA-agent, die in Kaapstad met gestolen informatie opduikt en een veilig onderkomen moet vinden, Ryan Reynolds is het groentje dat met de opgejaagde manipulator wordt opgezadeld. Het onderlinge wantrouwen is groot, en dat geldt in toenemende mate ook voor CIA-chefs Brendan Gleeson en Vera Farmiga, die op Amerikaanse bodem de motieven van Washington moeten doorgronden en op een mol in eigen gelederen stuiten.
Net als in Snabba Cash offert Espinosa onderbouwing en nuance op aan jakkerende actie, die zo explosief wordt uitgewerkt dat het de geloofwaardigheid ondermijnt: het regent kogels in Kaapstad, maar doel treffen ze zelden. In de speurtocht naar de CIA-mol voert de film bovendien te weinig verdachten op om een verrassende uitkomst mogelijk te maken. Safe house kan echter bogen op een sterk acteursensemble, dat de beperkingen van het sleetse scenario aardig compenseert.
Bart van der Put