Kazachstaanse tragikomedie.
Na het internationale succes van The story of the weeping camel zijn quasi-documentaire nomadendrama's uitgegroeid tot een heus subgenre, dat het uitstekend doet op internationale filmfestivals. Zo'n typische kamelenfilm probeert de kijker onder te dompelen in de eeuwenoude cultuur van herderfamilies, die op onherbergzame steppes overleven in traditionele nomadententen. Mensen en dieren zijn onder zulke moeizame omstandigheden volledig op elkaar aangewezen. Tot zover niets nieuws onder de zon, in de Kazachstaanse tragikomedie Tulpan.
De op het festival van Cannes bekroonde film onderscheidt zich echter van zijn genregenoten doordat regisseur Sergej Dvortsevoj beduidend minder nadruk legt op antropologische details (zoals het eindeloos omscheppen van de yak-melk en het verzamelen van gedroogde uitwerpselen voor de brandstofvoorziening).
De filmmaker toont zich in zijn lang uitgerekte shots vooral geinteresseerd in de moeizame relatie tussen hoofdpersoon Asa en de traditionele levensstijl waarvan hij vervreemd is geraakt. Na vijf jaar in de marine is hij teruggekeerd naar de zogenoemde Hongerige Steppe, waar hij intrekt bij zijn zus en hoopt een eigen veestapel te kunnen bestieren. Van zijn norse zwager kan hij schapen krijgen op een voorwaarde: dan moet hij eerst een vrouw vinden.
In de hele buurt blijkt er maar een huwbare vrouw te zijn: de naar een tulp genoemde titelpersoon. Maar zij blieft de jongeman niet vanwege zijn grote oren. Zijn onzinnige gebabbel over zeepaarden en bloedslurpende octopussen maakt hem ook al niet aantrekkelijker. Asa krijgt de bruid van zijn dromen nooit te zien, net zomin als de filmkijker.
Het flinterdunne verhaallijntje blijft uitsluitend overeind door de trefzekere wijze waarop Dvortsevoj zijn (menselijke en dierlijke) karakters in het landschap plaatst. Je kunt kanttekeningen plaatsen bij zijn keuze voor een vanaf de schouder gedraaide camera, maar ook zonder statief ziet de Kazachstaanse steppe er oogverblindend uit. De interactie tussen mens en dier zorgt voor de meest memorabele momenten: een herder geeft een schaap mond-op-bek-beademing en een jonge kameel ligt, verbonden en al, in een zijspan te wachten totdat de dierendokter hem mee zal nemen.
In tegenstelling tot het trendsettende Story of the weeping camel – waarin documentairebeelden van het harde nomadenbestaan gekoppeld werden aan een innemend Disneyverhaal over een verstoten kamelenjong - blijft Tulpan hangen in statig voortkabbelende observaties van een niet al te boeiende jongeman, die zijn plaats in de herderstraditie pas durft op te eisen nadat hij hij zelf een lammetje ter wereld heeft gebracht.
Fritz de Jong