Het kan: een boeddhistisch geïnspireerde film die niet verheven omhoog blikt, maar het hogere op aarde vindt. ‘Ben je een geest?’ ‘Nee, een meerval.’ Het is een typerend dialoogje uit Uncle Boonmee who can recall his past lives. De Thaise filmmaker Apichatpong Weerasethakul houdt ervan om het profane en het spirituele, vaak humoristisch, door elkaar te laten lopen. Zo verruilt een jonge monnik na meditatieve kloosterarbeid zijn oranje pij voor een spijkerbroek, T-shirt en gympen. En de geest van een overleden vrouw merkt op dat wij op aarde de hemel nogal overwaarderen. ‘Er is daar niets.’
Uncle Boonmee volgt een doodzieke man, die in zijn laatste dagen overvallen wordt door herinneringen aan zijn vorige levens. Hij ontmoet zijn overleden vrouw en verdwenen zoon, die is gereïncarneerd in een vriendelijke monstergorilla. Geesten, hallucinaties, verschijningen: de kijker mag zelf weten hoe hij de personages en wezens in Uncle Boonmee interpreteert. De film is een ‘stream of consciousness’ met als strekking dat leven en dood geen strak gescheiden werelden zijn, maar in elkaar overvloeien. Dat zal sommige kijkers diep raken, maar religieuze ontvankelijkheid is daarvoor wel noodzakelijk. Met zijn vaag religieuze en multi-interpretabele inhoud lijkt de film vooral te appelleren aan aanhangers van het ‘ietsisme’.
Wie daar niets mee heeft hoeft zich niet te vervelen, want er gebeurt genoeg in Uncle Boonmee. Ook brengt de film met zijn hypnotiserende beeldenpracht de kijker in een aangenaam onthechte staat, te vergelijken met het binnenlopen van een kathedraal in een hectische wereldstad.
Ronduit verfrissend is het dat het Uncle Boonmee ontbreekt aan de spirituele hoogdravendheid, die in het Westen vaak rond het boeddhisme hangt.<NO1> Apichatpong bewijst zich weer als een intelligente filmmaker, die oppervlakkigheid en diepzinnigheid, ernst en
humor, en lage en hoge cultuur met elkaar weet verbinden.
(Jos van der Burg)