In het jaar 2000 gaf Bryan Singer met het amusante X-men het startschot voor een lange reeks superheldenfilms naar de strips van uitgeverij Marvel Comics. Singer maakte een vervolg dat nauwelijks voor de eerste film onderdeed, waarna het mutantenepos met X-men: the last stand en X-men origins: Wolverine naar een deplorabel niveau afzakte. Singer rekent als producent en co-scenarioschrijver van X-men: first class overtuigend af met de puinhopen die zijn twee navolgers aanrichtten. De film belicht de voorgeschiedenis van de mutanten, en doet dat met een vernieuwd acteursensemble op een aanstekelijk frisse manier, die kennis van de materie overbodig maakt.
Het doet denken aan de nieuwe start van Star Trek, omdat de film met amusante terzijdes een intrigerende draai aan het reeds bekende X-menuniversum geeft, zodat verstokte fans ook aangenaam verrast worden. Singers opzet werd uitgewerkt door regisseur Matthew Vaughn en schrijfster Jane Goldman, die met Kick-ass hun sporen als stripverfilmers verdienden.
De film opent in de jaren veertig, maar speelt zich hoofdzakelijk af rond de Cubaanse raketcrisis in 1962, toen de Koude Oorlog tussen de Russen en Amerikanen escaleerde. In een sterk staaltje geschiedvervalsing krijgen telepaat Charles Xavier (James McAvoy) en magneetman Erik Lehnsherr (Michael Fassbender) sleutelrollen in de crisis toebedeeld, waarbij die laatste met een oude kwelgeest hoopt af te rekenen.
In het X-men universum vertegenwoordigen de twee mutanten een richtingenstrijd in de omgang met gewone mensen, en de film is dramatisch vooral sterk in de schets van een vriendschap die door politieke en morele meningsverschillen onder druk komt te
staan. De jonge mutanten die het duo omringen komen aanmerkelijk minder goed uit de verf.
Vaughn pakt echter fraai uit met het tijdsbeeld, en knipoogt olijk naar de vroege Bond-films met Sean Connery en de tv-serie Mad men, waarbij tv-ster January Jones als dodelijke Bond-vamp opduikt en Kevin Bacon zijn schurkenrol gepast vet aanzet. X-men: first class bewijst dat een superhelden serie in een vijfde deel zo verrassend en vitaal kan uitpakken, dat je na afloop hoopt op een vervolg.
(Bart van der Put)