Groep neemt afscheid en bedankt de fans met heropnames van hun beste songs. Zo goed dat het eerder klinkt als een nieuw begin.
door Theo Hakkert
Black Crowes houdt er weer eens mee op. Nu definitief, zo wordt beweerd. Je vraagt je in gemoede af waarom dat soort mededelingen komen. Je kunt altijd weer bij elkaar komen - om bijvoorbeeld Lowlands op z'n kop te zetten, zoals The Specials.
Maar goed, aan het eind van het jaar 'splitten' de Crowes. Ze hebben het zich niet gemakkelijk gemaakt, mochten er nog twijfels bestaan. Want het afscheidscadeau aan de fans schreeuwt maar om één ding: een vervolg.
Op de dubbelcd Croweology hebben de broertjes Robinson, begeleid door hun beste line-up (Luther Dickinson op gitaar, Steve Gorman op drums, Sven Pipioen op bas en Adam MacDougall op keyboards), nogmaals hun twintig beste songs opgenomen. Live in de studio. Op akoestische basis, zoals dat zo mooi heet. Maar Black Crowes zijn niet te houden. Ze blijven rocken en dampen, ze blijven swingen.
En allemachtig, wat een geweldige band horen we hier. Zo rijp, zo doorweekt van een southern feel. Als hun afspraak is te stoppen op het hoogtepunt, dan moeten ze inderdaad stoppen. En anders moet de AOW-leeftijd voor Crowes met een paar jaar worden opgerekt.
'Remedy', ja. 'Remedy', prachtig. Maar ook de lange stukken, van elk negen minuten: 'Ballad in urgency' en 'Wiser time'. Zo mooi. Veel nadruk uiteraard op de betere albums als The Southern Harmony en Three Snakes.
'Thorn in my pride', bijna tien minuten. Tjonge.
Verrassend is de cover van 'She', van Gram Parsons (van G.P.). Subliem hoe de Crowes het middengedeelte naar hun eigen idioom hebben overgezet. Een keuze voor Parsons is een erkenning voor hem als icoon van 'the south'. Het was dezelfde Parsons aan wie de rockliefhebber te danken heeft dat Rolling Stones Exile on Main Street hebben opgenomen zoals ze hebben gedaan, met dezelfde gloed die Croweology heeft gekregen. Dit is een prachtig album!
Hopelijk blijkt dat ook zwarte kraaien als feniksen uit hun as kunnen herrijzen.