In zijn geboorteland Kameroen heette hij Bona Penda Nya Yuma Elolo. Omdat niemand dat in de westerse wereld kon onthouden, maakte hij er Richard Bona van. Inmiddels is hij een wereldster. En na enkele tientallen platen noemt hij zich nu slechts Bona.
door Ton Ouwehand
Toen hij zich in Parijs vestigde belandde hij als bassist al snel in de groepen van Joe Zawinul. Maar inmiddels werkt Bona vanuit New York. Als bassist heeft hij regelmatig een bepalende rol in groepen van Bobby McFerrin, Chick Corea, Pat Metheny, Mike Stern en vele anderen. Maar bij zijn eigen groepen is Bona behalve bassist ook zanger, percussionist en wat hem voor de voeten komt. Neem de verbluffende debuut-cd van zangeres Maria Markesini. Bona speelt er bas en percussie. De percussiepartijen bleken te bestaan uit potloden op een keukenkrukje. Maar met een intensie, swing gespeeld, zodanig dat iedereen meent met schitterend authentiek percussiemateriaal te maken te hebben.
Op zijn nieuwste cd The Ten Shades of Blues, is Bona wat stijl betreft de veelzijdigheid zelve. Op African Cowboy speelt hij geestige, heftig swingende country met de Bela Fleck-achtige banjospeler Ryan Cavanaugh. Maar ook met een Zulukoorje waarvoor Bona alle stemmen inzong, komt hij geloofwaardig over. Net als in Good Times, een goede soulachtige song met Frank McComb (die van Another Day) in een vocale hoofdrol. In Yara's heeft de Nederlander Bert an den Brink op hammond nog een mooie bijrol.
De stukken op deze cd voltrekken zich allemaal in een andere atmosfeer. Bona noemt het allemaal blues. Maar het is allemaal Bona. Een titel Ten Shades Of Bona had ook makkelijk gekund