De cd is al platina, de fans zijn verrukt. Coldplay maakt een album dat gewoon goed is, maar ook niet meer dan dat.
door Theo Hakkert
Wat verwachten we (nog) van Coldplay? Toch niet dat ze een brisante punkplaat maken of een poging tot southern soul.
Wat we verwachten van Coldplay is precies dat waar ze mee komen. Met tintelende, licht-symfonische zweefpop die als een na-stuiterende ballon zo nu en dan de grond raakt.
Een superband als Coldplay, die gewoon niet zo super is als U2 in hun gloriedagen - want die konden dat wel, hadden wel die souplesse - kan niet veel kanten op. Toetsen, opzwevende zang, beatje, gitaar die het ondersteunt. Zingen over 'rebel song', maar ondertussen dat zelf niet voor elkaar krijgen.
Kathedralen van lucht bouwen ze, ze vliegen op en vervliegen.
Soms een 'klein' momentje, maar toch vooral die behaaglijke tot behaagzieke pop. Zonder ooit te reiken tot 'Clocks'. Ook dat kunnen ze niet. Maar wie op veilig wil en graag luistert naar pop waar geen buil aan te vallen is, kan hier moeiteloos inhaken.
Contstante kwaliteit is ook een kwaliteit, om met Cruijff te spreken.