Fijne liedjes en aanstekelijke speelvreugde overheersen op cd A Whisper To Arms. Maar waar is het laag?
door Theo Hakkert
Tommy Ebben maakte amper een jaar geleden de zeer prettige rootsrockcd Dreamless Slumbers. Voor en na de release was hij met zijn Smalltown Villains veelvuldig in deze contreien te zien.
Vrij snel ligt er een nieuwe plaat. Met meer zeer prettige rootsrock, opgetrokken uit folk, country en rock-light.
Ebben is er andermaal in geslaagd goede liedjes te schrijven. Lijkt een open deur, maar in dit genre wordt met die basisregel vrij vaak de hand gelicht. Vervolgens komt het er op aan die songs goed te spelen, en dat gebeurt ook. Tot zo ver niks aan de hand. Ebben zingt ook heerlijk.
Maar dan moet de plaat ook nog goed klinken. En daar scoort A Whisper to Arms op een schaal van nul tot tien niet hoger dan: redelijk. De productie is helder, maar waar is het laag?
Kai Liebrand speelt bas, maar waar heeft producer Rutger Drenth hem verstopt?
Dan heb je een prachtige song als 'Lakeside bench', wat zou die opknappen van een stuwende productie.
Heeft ongetwijfeld te maken met het gegeven dat Ebben & frieds muziek maken die ergens tussen versterkt en unplugged in hangt. De liedjes kunnen in klein bestek én met grote band worden gespeeld, alweer 'een kwaliteit' om een oud-voetballer te citeren. Maar het lijkt dat ze hier voor de plaat niet hebben durven kiezen.
Klinkt als zware kritiek. Zo is het niet (bedoeld). Het is alleen zo jammer dat wanneer de liedjes zo fraai zijn er geen producer met durf en visie achter het bord heeft gezeten.
Ondertussen ontwikkelt Tommy Ebben zich tot een songwriter met een groot bereik. Kon hij met Dreamless Slumbers nog rekenen op verre vergelijkingen met Springsteen en Ryan Adams, nu breidt hij bijvoorbeeld in het titelnummer die lijst uit met zowel The Who als Steve Earle.
Songs, vreugde, stem, lol, inzet. Allemaal in orde, meer dan zelfs. Tommy Ebben gaat ver reiken.