Weergaloze optredens van Mayra Andrade (foto), Kareyce Fotso, Kidsgear kinderkoor uit Oeganda en Staff Benda Bilili
door Ton Ouwehand
foto's: Lenneke Lingmont
Het Afrikafestival is nu eenmaal geen circus. Dat betekent dat het sympathieke jaarlijkse muziekfeest in Hertme wel meer btw over de verkochte entreebewijzen moest afdragen dan voorheen. De sprong van zes naar negentien procent btw vertaalde zich logischerwijs in een duurder toegangskaartje. “Vier euro voor Halbe Zijlstra”, vertelde programmeur Rob Lokin niet zonder ironie bij een van zijn aankondigingen.
Toch was het mooi druk, het afgelopen weekeinde. Het leek er bepaald niet op dat er vanwege de prijsverhoging minder toeschouwers waren dan andere jaren. Integendeel zelfs. Het kan verbeelding zijn, maar ik kreeg de indruk dat er op de Afrikaanse markt wat minder djembé-groepjes bezig waren. Wellicht dat de mensen die normaal alleen naar het Afrikafestival komen er om zelf te gaan zitten trommelen zich door de duurdere kaartjes zich hebben laten afschrikken.
Maar aan de andere kant, waarom zou je zelf gaan trommelen bij wat zich gisteren op het hoofdpodium allemaal afspeelde. Misschien hielden de amateurtrommelaars zich wel koest vanwege het hoge niveau van de acts die er op het hoofdpodium stonden.
Zoals Orchestre Poly-Rythmo de Cotonou, of zoals het programmaboekje meldde: het best bewaarde geheim van Benin. Langer dan vier decennia hebben ze het orkest niet geheim kunnen houden. Want ruim veertig jaar na oprichting stonden ze dan in Hertme. Tien in vrolijk gekleurde uniformen gehulde muzikanten die garant stonden voor een stevige orkestklank waarin traditionele inheemse liederen geïntegreerd zijn in een stijl waar afrobeat, highlife, soul en funk bij elkaar komen. Meerstemmige zang, een toffe blazerssectie en een ritmesectie die stond als een huis.
Toen Mayra Andrade na een fenomenaal optreden het podium verliet speelde gitarist Munir Hossn in de slotmaten nog even schalks het thema van Roy Orbisons ‘Pretty Woman’. Een toepasselijk muzikaal citaat, want het voldeed in ieder opzicht. Mayra Andrade wond het publiek om haar vinger met een muzikale stijl waarin jazz, bossa nova, samba, Frans chanson en Kaapverdische traditionele muziek op een organische manier in elkaar vervloeiden.
Een optreden dat tegelijkertijd als een statement inzake het geïnstitutionaliseerde slagwerk instrumentarium mag worden beschouwd. Instrumenten die alle percussiespeciaalzaken te koop zijn, werd door de zangeres en haar slagwerker Zé Luis Nascimento belachelijk gemaakt. Waar percussiespelers vaak ‘chimes’ hebben, hing bij deze percussionist een fraaie collectie huissleutels aan een stanaard, de nagenoeg hetzelfde effect sorteerde. En de zangeres zelf? Zij schraapte ritmisch met een staaf langs een metalen object. Een ‘quiro’ weet de slagwerker. Bij Andrade niet. Het was een stukje metalen hoekprofiel waar ze ritmisch met een keukenmes langs veegde.
Zondag stond er ook een vrouw op het podium die het gehele openluchttheater in haar zak had. Kareyce Fatso uit Kameroen had daarbij helemaal niemand nodig. Terwijl ze zichzelf afwisselend begeleidde op gitaar, duimpiano en percussie bestreek ze met haar intrigerende licht hese stemgeluid het gehele gebied tussen kwetsbaar en strijdlustig, tussen subtiel en overrompelend.
Mooi was het aandeel van Kidsgear kinderkoor uit Oeganda. Zaterdag liepen de kinderen met nieuw aangeschafte hoedjes over het terrein. Reglematig konden ze zich niet inhouden en sprongen op het podium om mee te dansen op de muziek van de 'grote' artiesten. Zondag was het hun eigen beurt. Niet op het grote podium, maar op een veldje. De aandacht die ze genereeden was er niet minder om. Aandoenlijke swing.
Geen twijfel over wie de publiekslievelingen waren. Dat waren uiteraard de kreupele mannen van Staff Benda Bilili. Vijf verlamden voor een microfoon die het gehele openluchttheater volkomen op z’n kop zetten. 
Terwijl een of tien geleden Europa in de ban was van oude Cubaanse mannetjes die vooral verbaasd waren dat er zoveel Europese belangstelling was voor liedjes die ze hun hele leven al speelden, hebben we nu de mannen van Staff Benda Bilili. Kreupele daklozen uit Congo. Hun eigen benen kunnen ze niet bedienen, maar ze kregen het hele open luchttheater aan het dansen met zeldzaam opzwepende muziek.







