Rijssen, Parkgebouw, zaterdagavond. Nieuwjaarsconcert van Muziekvereniging Wilhelmina.
door Karel Masselink
Muziekvereniging Wilhelmina kondigde haar nieuwjaarsconcert aan als een avond in Weense stijl, dus rijk gevuld met marsen, walsen en polka’s uit de muziekarchieven van de familie Strauss. Een Weense sfeer, zoals bekend van het fameuze nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker, viel echter niet bijzonder op.
De feestdagen met oliebollen, vuurpijlen en bubbeltjeswijn liggen ook al weer een tijdje achter ons. Maar Rijssens harmonieorkest presenteerde zichzelf vooral met een eigen gezicht. Er volgde een gezellig en luchtig programma, met daarin een beetje Strauss, maar vooral ook andere muziek, waarin een veel breder en vooral interessanter muzikaal plaatje zichtbaar werd.
Een wals als Rosen aus dem Süden, met zijn kenmerkende Weense zwier en een polka als Auf der Jagd, waarvan het Oostenrijkse jagershart sneller gaat kloppen: daar hebben de nuchtere Nederlandse muzikanten meestal niet zoveel mee. De muziektraditie hier is nu eenmaal heel anders. Het concert van Wilhelmina begon daarom ook pas echt toen hoornsolist Erik Rozendom het podium betrad. Rozendom, tegenwoordig professioneel musicus, zette zijn eerste muzikale schreden bij Wilhelmina. Daar zijn ze overigens maar wat trots op in Rijssen. Als solist trad hij op in het stuk Cape Horn, voor solohoorn en orkest. De bravoure van de stoere Hollandse zeevaarders die Kaap Hoorn ooit rondden, klonk door in de avontuurlijke muziek. Knap gedaan! Ook de vier klarinettistes, die de solo in Leroy Andersons Clarinet Candy voor hun rekening namen, waren voor geen kleintje vervaard, net zoals de trombonisten in het werkje Trombone Contrasts van Harold Walters. Ritme en virtuositeit vormden de hoofdbestanddelen van Bacchus on Blue Ridge. Best een lastig nummer om te spelen, maar Wilhelmina redde zich er prima mee.
The Typewriter, eveneens van Anderson, was een speciaal klusje voor de slagwerksectie, die het geheel creatief inkleedde in een soort sketch. De hoofdrol werd gespeeld door een ijverige typiste die tekeer ging op een ouderwetse typemachine. Ook voor de Feuerfest Polka werd een beroep gedaan op een bijzonder soloslaginstrument: het aambeeld. Grappen daaromheen waren natuurlijk snel bedacht, dus succes verzekerd.
Het b-orkest ging muzikaal op de Ierse toer met Irish Dance Master en liet daarnaast het vlotte nummer Rhythm Forever horen.