Welnee, zegt Jan Akkerman, het gaat niet over razendsnelle licks op een Gibson. Het is de vrijheid waar het om draait, zijn hele leven lang al. De eigenzinnige gitarist brengt zijn eerste album in acht jaar tijd uit: 'Minor details'.
door Mark Minnema
foto: GPD/Ella Tilgenkamp
Muziek is voor hem de great escape, zegt Jan Akkerman (64). Werken voor een baas? Hij had als jochie al door dat-ie daarvoor niet in de wieg gelegd was. Kleine Jan fietste door de Sarphatistraat, op weg naar het gymnasium. Zag-ie die mensen zitten, knikkebollend in hun kantoren.
Intussen speelde Jan zestien uur per dag gitaar. Hij had er al jaren klassieke accordeon op zitten, maar werd getrokken door het gitaarwerk van Django Reinhardt en de rock-'n-roll die hij in de kroegen hoorde. Zie daar de voedingsbodem voor de fusie van stijlen die zijn muziek nog steeds is. Noem het maar Europese rock-'n-roll, zegt Akkerman. „Ik ben gek op de blues, maar ik kom nu eenmaal niet uit de Mississippi-delta. Ik wil niet mijn hele leven drie akkoorden blijven spelen, en kan me dat ook permitteren. Van klassieke muziek maak ik
blues en van jazz maak ik rock.”
En zijn nieuwe plaat, 'Minor details'? 'Blues en rock op jazzy akkoorden', vat de gitarist samen. Op zijn eigen onnavolgbare wijze omschrijft Akkerman de cd als 'een culminatie van acht jaar de plantjes water geven'. Maar vergis je niet, de laatste drie jaar is hij er intens mee bezig geweest.
De gitarist lijkt er zelf verbaasd over: dat hij een evenwichtig album heeft afgeleverd. Nummers met vele invloeden, die toch een eenheid vormen. Dat was wel eens anders. „In de ogen van de muziekindustrie waren mijn platen vaak niet consistent genoeg. Ik sta er niet om bekend dat ik in herhaling val. Maar mijn fans houden van verscheidenheid, hoor. En soms valt het allemaal op zijn plek, zoals nu.”
De totstandkoming van het album tekent wel weer Akkermans eigenzinnigheid. Hij dook niet de studio in met zijn band. Thuis op de computer maakte hij demo's van nummers. Die stuurde hij digitaal naar zijn muzikanten, die hun partijen in de eigen studio konden bedenken en inspelen. Of op het strand van Recife in Brazilië, ingeplugd op een laptopje, zoals bassist Wilbrand Meischke deed.
Heel prettig, vond Akkerman. Met studio's heeft hij het niet zo, van een 'zwart hok' houdt hij niet. 'De bovenkamer schoonhouden', zo omschrijft hij de nieuwe manier van werken, mogelijk door de digitale techniek. „Laat ieder gewoon in vrijheid zijn partij inspelen, zonder geblokkeerd te worden door wat anderen vinden. In een ambivalente stijl als de mijne moet je open staan voor ideeën.”
Op zolder, thuis in Volendam, het juiste klankbeeld mixen, dat beviel. En gitaarsolo's een keer of twintig opnieuw inspelen, om steeds tot de conclusie te komen dat de eerste toch de beste was. Die vette buizenversterker? Die komt uit een digitaal kastje, verklapt Akkerman. „Klinkt droog, lekker vol. Maar uiteindelijk moet het toch uit de handen komen.”
Trouwens, onlangs brak de kop van zijn Gibson Personal, een gitaar die hij sinds 1968 heeft. „Niet dat ik drie weken in het zwart gekleed ga, maar het voelt wel raar. Ook al is het gereedschap, ik heb een binding zo'n instrument. Een gitaar heeft ook wel iets erotisch, als een weerbarstig wijf.”
In 1973 riep het blad Melody Maker hem uit tot de beste gitarist van de wereld. Zijn spel in bands als Brainbox en Focus had grote indruk gemaakt. „In Amerika ben je daarmee de rest van je leven beroemd. En hier in Nederland misschien twee of drie jaar. Het heeft me de vrijheid gegeven te doen en laten wat ik wil. Al word je dat niet altijd in dank afgenomen.”
Akkerman doet daar nog wel eens mopperig over. Vooral als hij ervaart dat mensen hem het succes niet gunnen, zegt hij. En toegegeven, zich diplomatiek uiten is niet zijn pre. „Ik ben zelf ook wel een rare, maar ja, anders word je niet wereldberoemd. Ik heb mijn scherpe kanten, maar ik kan niet tegen geklungel. Als je het niet kan, geeft niet, maar ga geen verstoppertje spelen.”