De eerste verhalen voor MAAK, de stadsopera over de verwerking van de vuurwerkramp, zijn er al. Vanavond, in Enschede, was de officiële presentatie.
Meer dan vijftig jaar heeft hij gezwegen, nu vertelt hij eindelijk z’n verhaal. Jan Garritsen uit Glanerbrug, bas in het koor van de Nationale Reisopera, kent het oude Roombeek op z’n duimpje. Hij werd er geboren en groeide er op. Drie jaar oud was hij, in 1950, toen hij in de tuin van zijn huis speelde en opeens een vuurzee zag boven de huizen aan de andere kant van de straat.
„Ik zag enorme vlammen in de lucht. Er klonk ook een harde knal. Ik was doodsbang en vluchtte naar binnen. M’n moeder ging mee naar buiten, maar er was niets te zien. Geen idee waar die ervaring vandaan kwam, maar de angst van dat moment heb ik altijd meegedragen. Eigenlijk heb ik er ook nooit een plaats aan kunnen geven totdat vijftig jaar later opeens die fabriek ontplofte. Mijn ouderlijk huis is daarbij volledig afgebrand. Opeens kwam dat beeld van toen terug. Ik was er werkelijk diep door geschokt.”
De voormalige banketbakker is er deze avond speciaal voor naar Mac Berlijn gekomen, het café dat de komende maanden gaat fungeren als het centrale punt van MAAK. Hij is geëmotioneerd, maar tegelijk blij met het project dat deze avond officieel van start gaat. „Ik ga ook meedoen. Absoluut. Daarom ben ik hier. Of ze mijn verhaal gaan gebruiken? Ik weet het niet. Maar ik ben blij om het eindelijk te kunnen vertelllen. En ik wil het ook wel spelen.”

Theatermaakster Ellen den Hollander, de regisseur van de stadsopera, is blij met mensen als Garritsen. „Het gaat ons zeker niet alleen om de grote verhalen. Die zijn voor een groot deel al bekend en ze zijn ook welkom. Maar misschien zijn we nog wel meer op zoek naar de bijna-verhalen, de kleine lotgevallen van zoveel mensen in Enschede en daarbuiten. Naar schatting 36.000 mensen hebben heel direct met de ramp te maken gehad. Zij moeten het materiaal leveren voor deze opera.”
MAAK wordt een project van beroepsmusici en zoveel mogelijk amateurs. Den Hollander maakt het script, Frank Deiman de muziek. Tot 1 juni worden er verhalen verzameld, daarna begint het echte schrijven. „Wij doen niets anders dan vormgeven aan de emoties van de betrokkenen”, aldus componist Frank Deiman, die in het verleden onder meer meewerkte aan Het Twentse Paradijs, een voorstelling over de ondergang van de textielindustrie. „Ook toen zijn we op zoek gegaan naar verhalen. Muziek wordt dan de fiets waarmee je emoties van toen op de goede plek kunt krijgen.”
Tientallen mensen waren gisteravond afgekomen op de presentatie van MAAK. Ook vond gisteren op dezelfde locatie het eerste spreekuur plaats dat er wekelijks rond het project wordt gehouden. „We hebben vandaag al hele pittige gesprekken gevoerd. Er zijn ook al veel aanmeldingen: een compleet koor, een big band, een grimeuse, maar ook individuele zangers, acteurs, een journalist uit de vuurlinie en zelfs een brandweerman. De komende weken zal dit project alleen maar groeien, als een sneeuwbal die steeds groter wordt.”

De uitvoeringen van MAAK vinden plaats op 13 en 14 november. De komende maanden zijn er workshops en audities. In de herfstvakantie beginnen de echte repetities. In de Polaroidfabriek, de plek waar de opera wordt uitgevoerd. „Buiten het echte rampgebied: dat is voor ons heel belangrijk, zoals het ook belangrijk is om buiten de herdenkingen in mei te blijven. Dat zijn dingen van de slachtoffers zelf, van de mensen die echt door de ramp getroffen zijn.”
De volksopera begint op het moment van de klap, en eindigt in het nu. „Ons interesseert de vraag: wat is er met al die mensen gebeurd, hoe hebben zij die ramp bewaard? Een van de verhalen die wat ons betreft er nu al uitspringt, is dat van die driehonderd violisten in het Muziekcentrum. Zij repeteerden voor een optreden diezelfde avond. Dat optreden is - door de ramp - halverwege onderbroken. Het lijkt mij nu, tien jaar later, heel erg mooi om de muziek weer op te pakken waar zij destijds zo abrupt is gestopt.”