Bariton Marco Bakker zingt donderdagavond 21 oktober in De Storm in Winterswijk. Hij werkt daarmee toe naar het hoogtepunt van zijn Nederlandse operettetournee, die zaterdag in Koninklijk Theater Carré wordt afgesloten met het Weens Operettegala. Speciaal voor dit slotgala treedt ook de beroemde Nederlandse sopraan Miranda van Kralingen aan. Waar komt Bakkers liefde voor de operette eigenlijk vandaan? Bakker: „Ik ben nog nooit naar een operette geweest. Thuis luister ik naar Gustav Mahler..."
Door René Seghers - Foto Lenneke Lingmont
Al 45 jaar is Marco Bakker (72) actief in de klassieke muziek. Bakker: „Het begon als een sprookje in 1965, toen componist Ton de Leeuw speciaal voor mij de opera 'De droom' componeerde. Die ging destijds in première op het Holland Festival." Leidende baritonrollen in opera's en oratoria van Mozart, Tsjakovski, Bizet, Richard Strauss en Bach maakten Bakker omstreeks 1974 tot Nederlands beroemdste operabariton. Vandaag de dag is hij echter vooral bekend als operetteprins.
Bakker: „Ik heb een prachtige operacarrière en liefst 66 rollen in mijn repertoire. Maar sinds ik in 1973 Danilo met Léhars operette 'Die lustige Witwe' door Europa ging toeren, werd ik steeds vaker voor radio- en televisiegala's met operettemuziek gevraagd." Onbedoeld verschoof Bakkers werk zich aldus naar het terrein van de lichte muziek. Maar toen het komische duo Theo en Thea (Arjan Ederveen en Tosca Niterink) hem de kans bood het operettegenre eens flink op de hak te nemen in de film 'Theo en Thea en de ontmaskering van het tenenkaasimperium' (1989), nam Bakker zijn kans waar: „Ik heb in die film als operetteprins flink de draak met het genre gestoken."
Luisterend naar de bariton, zou men bijna gaan denken dat hij een hekel aan het genre heeft. Dat is Bakker echter iets te ongenuanceerd: „De operetteverhaaltjes zijn vaak te zoet en naïef en niet serieus te nemen. Maar de muziek! De beste operettemelodieën zijn werkelijk prachtig!"
Bakker vindt ook dat er iets te makkelijk over het zangtechnische niveau van operette wordt gedacht. „Ik zing vandaag de dag nog steeds aria's van Verdi, Gounod of Mozart. De zangtechnieken die je daar gebruikt zijn in essentie precies dezelfde als die welke je in de klassieke operettes van Johan Strauss, Franz Léhar, Emmerich Kálmán of Robert Stolz gebruikt.” Toch blijken er ook verschillen te zijn, erkent Bakker. „Vanwege het luchtigere karakter van de operette verschillen zaken als timing. Je hebt meer ruimte om een noot langer aan te houden, of om er een bepaald effect aan te geven." Hoewel operette klinkt als een negentiende-eeuws genre, verhaalt Bakker honderduit over zijn vriendschap met de beroemde operettecomponist Robert Stolz. „Hij leefde als een echte operetteprins en had een ongeëvenaard oog voor vrouwelijk schoon."
Het mooie aan Stolz was volgens Bakker dat hij ondanks zijn zwierige imago niet alleen aan zichzelf dacht. „Nadat zijn vaderland Oostenrijk zich bij Duitsland voegde, emigreerde hij omdat hij de nazipolitiek niet verdroeg. Terwijl hij zelf helemaal niet Joods was." Van Stolz vertolkt Bakker op het Weens Operette Gala onder meer diens meezinger 'Zwei Herzen im Dreivierteltakt'. Bakker: „Het is een van zijn beroemdste melodieën en tegelijk degene die hem de minste moeite heeft gekost. Hij schreef het terloops op een bierviltje neer, toen een filmproducent hem vroeg om een extra lied." Naast Stolz is ook de grote operettecomponist Léhar ruim vertegenwoordigd op het Weens Operette Gala. Bakker: „Van Léhar zingen we onder meer fragmenten uit 'Die lustige Witwe'. Miranda van Kralingen zingt daaruit het beroemde 'Viljalied'. Met Selma Harkink zing ik 'Lippen schweigen' en solo zing ik 'Da geh ich zu Maxim."
Koning van het Weens Operette Gala is natuurlijk Johan Strauss. Bakker: „Strauss componeerde met 'Die Fledermaus' een operette die sindsdien zelfs in ieder zichzelf respecterend operatheater ter wereld op het menu staat!" Bakker kijkt nu al uit naar de samenwerking met special guest Miranda van Kralingen, bij het grote publiek bekend van haar vertolking van het Ave Maria, de rooms-katholieke tekst op muziek van Franz Schubert, tijdens de huwelijksvoltrekking tussen prins Willem-Alexander en prinses Máxima. Bakker: „Naast het Viljalied zingt Miranda solo nog 'Du sollst der Kaiser meiner Seele sein' van Stolz. Na de pauze zingen we samen 'Zwei Herzen im Dreivierteltakt', waarna we tegen het einde gedrieën 'Im Feuerstrohm der Reben' uit 'Die Fledermaus zingen'."
Luisterend naar Bakkers betoog zou je bijna vergeten dat de operette volgens critici al decennialang dood is. Bakker bestrijdt dat: „De operette is juist springlevend en Nederland loopt daarin wereldwijd voorop, met André Rieu! Kijk naar hem en realiseer je dan hoe groot het publiek voor deze muziek vandaag de dag is!"
Dat het publiek voor operette doorgaans niet al te jong meer is, deert Bakker niet. „Toen ik begon met operetteconcerten was het zaalgemiddelde ongeveer 55 en dat is het nu, veertig jaar later, nog steeds. Wijsheid komt met de jaren, dus ik voorzie momenteel juist een gouden toekomst voor de operette." Een carrière als die van Bakker kent naast sprookjesachtige hoogtepunten natuurlijk ook dieptepunten.Bakker: „Ik ontkom dan niet aan het fatale auto-ongeluk in 1997. Dat zal ik voor altijd met mij meedragen, het is een litteken dat niet heelt." Een van de hoogtepunten ziet hij in zijn vertolkingen van Storch in Richard Strauss' opera 'Intermezzo', midden jaren zeventig. Bakker: „En in het feit dat ik na de terugval in 1997 met hard knokken geslaagd ben mijn carrière weer op te bouwen. Ik ben niet feilloos, maar probeer toch een goed mens te zijn."
In zijn privéleven is de zanger overigens allesbehalve een flierefluitende operetteprins. Waar scheiding en overspel in operette- en medialand aan de orde van de dag zijn, is Bakker alweer 35 jaar samen met actrice Willeke van Ammelrooy, waarvan 22 getrouwd.
Bakker: „Ik heb geleerd van de fouten uit mijn eerste huwelijk. Je moet elkaar vertrouwen en de ruimte geven. Als ik tien dagen op de motor naar Schotland wil om te wandelen, dan kan dat. Of Stolz' droomeiland uit de operette Trauminsel bestaat weet Bakker niet, maar , zegt hij: „Op weg daarheen moet je elkaar dingen gunnen."
Het Weens Operette Gala is 21 oktober in Winterswijk, 22 oktober in het Chassé Theater Breda, 23 oktober in Koninklijk Theater Carré, Amsterdam (het gala in Carré wordt op een nog nader te bepalen tijdstip op televisie uitgezonden bij omroep Max).