Raymond van het Groenewoud, Vlaming uit Nederlandse ouders, werd op 14 februari zestig jaar. Tijd voor een terugblik. „Ik draag in mijn liedjes enthousiasme uit."
door Jos Bloemkolk
foto: GPD/ Alex Vanhee / Hollandse Hoogte
Raymond van het Groenewoud, geboren in 1950 te Brussel uit Amsterdamse ouders, is even in Amsterdam. Een filmploeg volgt hem voor een documentaire over zijn zestigjarige leven. Als het filmen klaar is, is er tijd voor een interview. Na de begroeting vertelt hij dat ze in de Rivierenbuurt hebben gefilmd. Hij heeft daar in 1957 en 1958 gewoond met zijn moeder.
Van het Groenewoud, die goede herinneringen bewaart aan die twee Amsterdamse jaren, heeft een gecompliceerde verhouding met Nederland. In nummers als Ik hou van Hollanders en Total loss krijgt het land van zijn ouders een flinke schep kritiek. „Total loss gaat over de tijd dat we op basis van het succes van Liefde voor muziek de feesttenten te velde deden. Ik kende eigenlijk alleen Amsterdam. Ik heb toen zeer veel baldadig, destructief gedrag gezien. Dat was Jeroen Bosch voorbij. De lelijkheid van mensen."
„Dat destructieve zie je toch meer bij Nederlanders dan bij Belgen. Ook in luidruchtig, toeristisch gedrag. Dat komt, denk ik, door de reglementering van het dagelijks leven in Nederland. Daar komt opkropping van en dat ontploft via zes goedkope pilsjes. Belgen drinken bedachtzamer. Minder reglementering, minder opgekroptheid."
Maar uit Nederland komt ook veel goeds. Vic van de Reijt, bijvoorbeeld, de uitgever van Nijgh & Van Ditmar, bij wie Van het Groenewoud twee boeken met teksten uitgaf. Aan Van De Reijt liet hij bovendien de samenstelling van de driedelige verzamelcd Omdat ik van je hou, de 60 mooiste over die verscheen bij zijn zestigste verjaardag. „Het vertrouwen is er. En mijn ijdelheid laat zich graag strelen door zijn lovende woorden. En hij is net als ik fan van Elsschot, al is hij daarin meer een dweper dan ik. Dat heb ik meer bij Reve. Die raakt me. Zoals Nop Maas in zijn biografie van Reve schrijft: hij is als stilist ongeëvenaard. Dat kun je misschien ook van Elsschot zeggen, maar die had meer
afstandelijkheid. De getormenteerdheid van Reve ligt mij ook heel goed. En bij allebei eindigt het in humor."
Wat opvalt aan het repertoire van Van het Groenewoud, is de enorme diversiteit, zowel tekstueel als muzikaal. Vic van de Reijt heeft de drie cd's van Omdat ik van je hou dan ook thematisch geordend: ruige rock, funk, reggae en gospel, dan de mooie liedjes en ten slotte de koddige, idiote, cabareteske nummers. Je zou, om met Lucebert te spreken, kunnen zeggen dat Van het Groenewoud 'de ruimte van het volledige leven' recht doet. Hij kan niet anders. „Ik vind het knap dat iemand als Leonard Cohen in één stemming kan werken. Ik spring alle kanten op. Maar als je lang genoeg leeft, kun je samenstellingen maken waarin je wel één kleur kunt aanhouden. Dat was bij Vic in goede handen."
Zijn nummers zijn muzikaal vaak genrestukjes. „In de muziek dweepte ik met van alles. Als ambachtsman dacht ik: dat moet ik ook kunnen. De teksten zijn wel erg van mezelf. Daarbij heb ik ook geen voorbeelden. Ik ben hooguit onbewust beïnvloed door Annie M.G. Schmidt. Maar wat de muziek betreft, wil ik mezelf nog meer voor ogen houden dat er niets gaat boven een mooie melodie. Ja, Twee meisjes heeft dat wel. Ik werd met die melodie wakker op het strand, een cadeau van de Schepper. Ik was opgelucht toen ik hem op mijn hotelkamer op papier had gezet." „Muziek biedt het voordeel van het mysterie. Je weet niet waarom iets je pakt. Als je de tekst van Yesterday op papier ziet staan, spring je niet op. Het is grappig dat McCartney Scrambled eggs als werktitel had voor dat nummer. De tekst van Yesterday wordt pas iets met die gouden melodie. Dat is een heldere tekst. Maar je moet heel soms wartaal durven laten staan, als de suggestie maar goed is. Je mag veel open laten."
De albums van Van het Groenewoud zijn het dagboek van zijn leven. Maar er is een constante: „Ik draag in mijn liedjes enthousiasme uit. Het Beatles-enthousiasme: yeah-yeah en de cimbalen van Ringo Starr. Maar ook de deugnieterij van Chuck Berry. En de erotiek. Die bestond nog niet in Nederlandstalige teksten. Maar ook weemoed heeft zijn plaats opgeëist. Daar heb ik geen namen van anderen bij, dat ben ik zelf. Ik kan bij optredens niet zo veel doen met die weemoed, omdat ik me dan lekker voel."
En alle teksten in het Nederlands, natuurlijk, op die woordjes Frans in Je veux de l'amour na. „De eigen taal is een enorme rijkdom. Ik heb daar een nieuw liedje over: Ik zing in mijn moedertaal. Dat gaat zo: 'Ik zing in de taal van mijn moeder/ Dat lijkt mij een heel goed plan/ Ik was vaak genoeg een lafaard/ Maar hierin ben ik een man.' En: 'Ik zing in de taal van mijn moeder/ Ik zing in mijn moedertaal/ Tussen aanstellers en klonen/ Lijk ik weer geniaal.' Ik had eerst 'Ben ik weer geniaal', maar dit is leuker en voorzichtiger. Als je jong bent en je ziet een western, dan speel je daarna indiaantje en cowboytje. Maar als volwassene ga je toch niet Amerikaanse en Engelse liedjes nadoen? Als
volwassene moet je voor jezelf instaan."