Pinkpop-baas Jan Smeets schermt er al jaren mee: het is de sfeer die de bezoekers naar zijn festival trekt. Voor de editie van 2011 kan hij niet anders dan gelijk hebben.
door Jeroen Geerts
Geen discussie: met Coldplay, Kings of Leon en Foo Fighters had Pinkpop 2011 drie droom-headliners. Een geruststellende gedachte voor Jan Smeets. Wanneer bands, zoals Foo Fighters, in één uur vijf van de grootste stadions van Duitsland uitverkoopt, dan weet je dat de Pinkpop-maandag geramd zit. Het was de enige dag van het driedaagse festival die was uitverkocht.
Coldplay, op zaterdag, lokte dat aantal fans net niet. De Britse hitmachine mag dan volgens de organisatie met een gage van ruim een miljoen euro de duurste act uit de geschiedenis van Pinkpop zijn, qua populariteit is de band net een jaartje of wat over de top heen.
Niettemin was dit optreden één van de meest geanticipeerde Pinkpop-momenten van de laatste jaren. Begrijpelijk. De band van Chris Martin is de enige die een technisch vlekkeloze show van anderhalf uur kan neerzetten waarbij iedere festivalganger álle nummers - min vier nieuwe tracks - kan meebrullen. Minpuntje van zo'n grote act: uren voor aanvang van de show werd het veld geconfronteerd met totale opstopping. Bewegen, en dus ook toiletbezoek, bleek onmogelijk. De verwijdering van wildplassers die hun nood dan maar ter plekke lieten gaan, was een van de weinige smetjes op een opmerkelijk vreedzaam verlopen festival.
Iets meer dan twintig aanhoudingen mag op een evenement als dit ook in de ogen van de politie geen naam hebben. Het lijkt gelijk op te gaan met de adrenaline die door de gemiddelde bezoeker pompt. Veel gezonde spanning hing er dit jaar namelijk ook niet op het veld. De programmering was daar debet aan. De afgelopen edities was de kritiek op de line-up al niet van de lucht - dit jaar bereikte die een piek. Van verbazing over dat er, afgezien van de headliners, nauwelijks grote namen stonden tot hoongelach toen Jan Smeets een tiener-eendagsvlieg uit vervlogen tijden aankondigde in de vorm van MMMBop-Hanson.
Met zo weinig om zich over op te winden, lieten de Pinkpopgangers het festival dit jaar gelaten over zich heen komen. Met name de eerste twee dagen, met traditiegetrouw de minste dagjesmensen, was de sfeer merkbaar anders. Het scherpe randje, die spanning, dat hedonisme dat van oudsher bij een zomerfestival hoort, is er bij Pinkpop inmiddels volledig afgesleten. Is dat slecht? Nee, niet per definitie. Maar van een groot, internationaal festival mag je meer verwachten dan van het gemiddelde festivalletje. Een dergelijke sfeer voerde dit jaar echter wel de boventoon. Lekker in het zonnetje liggen en ach, met een groep vrienden en een aantal 'goudgele rakkers' hebben we tóch wel een
leuke dag.
Met name op maandag was dat duidelijk. Pinkpop, niet als groots festival, maar als dagje uit. De charme die dat met zich mee brengt, is dat je aangenaam verrast kunt worden. Niets opzienbarends, maar een springerig ritme als dat van een Two Door Cinema Club, krijgt dan toch een gezonde menigte enthousiast. Of Beatsteaks, met hun tomeloze enthousiasme. Bloody Beatroots, dé nieuwe sensatie van de rock en dance crossover met hun opzwepende beats, het ontladende Cage the Elephant, de girls-with-broken-hearts ballads van Laura Jansen of het vervoerende, meeslepende Elbow dat zowaar zorgt voor dat vaak besproken, klassieke 'Pinkpop-gevoel'.
Een andere kant van dat Pinkpop-gevoel: het welgemeende hartverwarmende onthaal van de uit louter muzikanten met een beperking bestaande The Garden of Love uit Johnny de Mol's tv-programma Down met Johnny. Dat kan alleen maar op een integer festival als Pinkpop.
Pinkpop 2011 was ook rijk gevuld met reprises. Alter Bridge, Wolfmother, Gaslight Anthem, Script, Thirty Seconds to Mars, Volbeat. Soms pakte dat goed uit. White Lies kwamen op het hoofdpodium, ondanks een mindere tweede plaat, beter uit de verf dan drie jaar geleden in de tent. De Staat daarentegen sloeg met hun tweede album echter dermate door in experimenteerdrift dat de show op het hoofdpodium minder goed werkte dan hun stampende show twee jaar geleden op de 3FM stage.
Ook hernieuwde kennismakingen met oudere acts gingen twee kanten op. Het bij vlagen tergend valse Ash had eind jaren negentig beter kunnen stoppen toen hun poster van de muur van de studentenkamer van je toenmalige vriendinnetje werd gehaald. In tegenstelling tot Manic Street Preachers dat zich herbewees als een van de strakste en meest integere live-bands ter wereld. Dat de groep genoegen moet nemen met een openings-positie op het kleine podium, is een programma-technische blunder. Net zoals Tim Knol juist wél op het hoofdpodium neerzetten. Alle sympathie voor de jonge singer-songwriter, maar een heel veld dragen is voor hem toch te hoog gegrepen.
Gelukkig waren er de headliners die dat wel kunnen. Kings of Leon mocht dan moeite moeten doen om bij álle bezoekers de aandacht vast te houden, ze schotelden hun fans precies voor waar ze voor kwamen. Met het tweeluik Use Somebody en Sex on Fire was daar dat magische, massale meezingmoment.
En de Foo Fighters? Die speelden in de enige noemenswaardige plensbui van het weekeinde met een regenboog boven het podium als beloning. Twee uur lang tomeloze energie, een onstuimige rockshow. Precies wat we van Dave Grohl en de zijnen verwachtten. En zo'n massaal, uitzinnig volksfeest op het veld, dat gevoel van totale ontlading na drie dagen festival, dat is precies wat Pinkpop moet zijn.
foto: ANP