Amerikaanse bluesman speelde vrijdag in Metropool, Hengelo.
door Peter Bruyn
In Engeland denken ze werkelijk dat Jools Holland mij onder een brug vandaan heeft gesleept, linea recta de televisiestudio in’, zegt Steve Wold, alias Seasick Steve. ‘Allemaal bullshit! Dat ik tientallen jaren lang gewoon in de bouw heb gewerkt en een stel kinderen heb grootgebracht vinden ze blijkbaar geen goed imago voor een muzikant’.
Daarmee is het fenomeen Seasick Steve feilloos samengevat. De in Noorwegen wonende Amerikaan verkocht sinds hij op oudejaarsavond 2006 in het ook in Nederland razend populaire BBC-muziekprogramma ‘Later with Jools Holland’ verscheen - gepresenteerd als ‘voormalig zwerver’ - pakweg een miljoen platen. Afgelopen jaren mocht hij met zijn even simpel als rauw gespeelde folkblues opdraven bij vrijwel alle grote popfestivals. En nu is er weer een nieuw album met de tot de verbeelding sprekende titel ‘You can’t teach an old dog new tricks’, waar ook Led Zeppelin-bassist John Paul Jones aan meewerkt.
Zeventig is hij nu, maar met zijn gescheurde jeans en grijze ‘grunge-goatee’ ziet Wold er nog altijd behoorlijk rock’n roll uit. ‘Negentig procent van de mensen die mijn albums kopen en naar mijn concerten komen doen dat vanwege mijn muziek en niet om het imago’, zegt hij. Maar hij geeft onmiddellijk toe dat die muziek onverbrekelijk met dat imago verbonden is doordat er geen plaatbespreking of concertaankondiging verschijnt waarin niet naar zijn vermeende voormalige zwerversbestaan wordt verwezen. Daarbij vertelt hij op zijn eerdere platen veelvuldig - en niet zelden romantiserend - over zijn bestaan als los arbeider of straatzanger zonder vaste woon- of verblijfplaats. ‘Maar die verhalen gaan over mijn jeugdjaren, toen ik twintig, vijfentwintig was’, zegt de Amerikaan. ‘Dat zijn de herinneringen die telkens boven komen als ik onderwerpen voor een liedje zoek. Dat gaat niet over nu of de afgelopen decennia’. Daar zit méér dan een kern van waarheid in en relativeert ook het hele verkooppraatje rond Seasick Steve een beetje. Want hoeveel muzikanten - en jonge mensen in het algemeen - flierefluiten als twintiger niet een tijdje van het ene naar het andere logeeradres en van baantje naar baantje tot ze duidelijk weten wat ze willen met hun leven? En ook bob Dylan sliep in zijn eerste jaar in New York merendeels bij vrienden op de bank. ‘Ja, dat klopt wel. Al was Dylan na twee jaar natuurlijk wereldberoemd. En dat kon je van mij niet zeggen’, reageert Wold lachend.
Het kan echter geen kwaad om de feiten eens op een rijtje te zetten. Steve Wold werd in 1941 geboren in Californië. Als tiener trekt hij de wereld in, heeft allerhande baantjes en woont overal waar hij z’n pet ophangt. Hij zingt ook nu en dan wat country-, folk- en bluesliedjes en begeleidt zichzelf daarbij op gitaar, maar echt serieus is dat niet. Al komt hij er op een gegeven moment wel achter dat je niet bijster goed hoeft te zijn om in de Parijse metro als straatzanger een redelijke boterham te verdienen.
Als hij begin jare zeventig - net de dertig gepasseerd - trouwt denkt hij ook zijn jonge gezin wel op die manier in leven te kunnen houden. Dat valt tegen. Steve keert terug naar Amerika, zoekt een huis en een baan en voedt zijn kinderen op. Zo heeft hij bijna drie decennia lang een normaal burgermansbestaan. Eind jaren zeventig scheidt hij van zijn eerste vrouw en hertrouwt met een Noorse met wie hij ook twee kinderen krijgt. In zijn vrije tijd speelt hij wat gitaar, maar veel is dat niet. Wel knutselt hij graag met oude radio’s en opnameapparatuur dat hij voor een prikje opkoopt bij radiostations die massaal digitaliseren. Hij woont dan in het zuidelijke Tennessee, maar zijn vrouw verlangt naar een plek die qua klimaat meer op Noorwegen lijkt. Het wordt Olympia in de staat Washington, waar hij een simpele opnamestudio begint. ‘In die tijd trad ik toevallig een paar keer op met bluesman R.L. Burnside en zo groeide mijn interesse in muziek weer’. Toen hij met zijn gezin in 2001 naar Noorwegen verhuisde kwam het er eindelijk van zelf iets op te nemen. Gewooon thuis, met bevriende muzikanten. Een hartaanval gooide roet in het eten, maar in 2006 was het toch zover. Een album met rauwe bluesrock in de traditie van Burnside, dat in handen kwam van Britse journalisten en programmamakers. En het verhaal voer het ‘zwerversbestaan’ deed de rest.
Wolds muziek is simpel en recht voor z’n raap, maar goed beschouwd niet veel anders dan die van talloze andere bluesmannen of garagerockers. Hij lijkt voor een niet gering deel de immense honger naar authenticiteit - of beter: vermeende authenticiteit - die van Seasick Steve een ster heeft gemaakt. Naast de ‘getormenteerde artiesten ‘Amy Winehouse en Pete Doherty en de ‘gewone huisvrouw’ Susan Boyle lijkt ook ‘zwerver’ Steve een perfect ‘mediageshopt’ rolmodel. ‘Ach man, ik geef geen ene shit om die authenticiteit’, reageert Wold. ‘Ik heb talloze keren tegen Engelse journalisten gezegd dat ik dertig jaar lang gewoon huisvader was, maar ze vreten alleen maar dat zwerversverhaal. Maar goed, de realiteit is natuurlijk dat het grootste deel van mijn leven vanuit carrièreoogpunt een fiasco was en nu ik een paar jaar in de schijnwerpers sta zal ik daar volop van genieten ook’.