Voor iedere jonge muzikant moet het een droom zijn die uitkomt: worden gevraagd een cd te maken voor een spraakmakend platenlabel. De twintigjarige Tim Knol uit Hoorn overkwam het. De baas van Excelsior Records wierp hem als het ware een contract in de schoot.
Het resultaat is een album dat simpelweg 'Tim Knol' heet, en is gemaakt met muzikanten die speelden bij bands als Johan en Darryl Ann. Het is een popplaat die veel sixties-invloeden verraad en tegelijk Knols wortels niet verloochent: alternatieve country, Amerikaanse singer-songwriters.
Want jong als ie is, heeft Tim Knol al een heel verleden liggen in wat wel genoemd wordt de 'roots'-muziek, die direct teruggrijpt op Amerikaanse folk en country. 'Ouwe mannenmuziek', hij groeide ermee op. Zijn vader hield van singer-songwriters. Als dertienjarige ging Tim al mee naar concerten, maakte praatjes met artiesten als Greg Trooper, verzamelde handtekeningen. De cd 'Crossing muddy waters' van John Hiatt speelde hij integraal na. Niet veel later maakte hij regionaal naam met de rootsrockband Be Right Back.
Velen hadden daarom gedacht dat hij wel met een singer-songwriteralbum zou komen. Maar bij Excelsior koppelden ze Knol aan gitarist Anne Soldaat, die toen in Do the Undo speelde, en toetsenist Matthijs van Duijvenbode van Johan.
Toen hij met de laatste aan het schrijven sloeg, ontdekte Knol dat het een veel grotere uitdaging is om een goed popliedje te schrijven. „Sommige liedjes van Johan bijvoorbeeld, daar sta ik nog steeds van te kijken. Ik wilde een popplaat maken. Als singer-songwriter zit je veel meer aan bepaalde dingen vast, akkoorden zijn vaak hetzelfde, bijvoorbeeld. Ik wilde iets anders en merkte dat tijdens het maken van deze plaat mijn smaak veranderde.”
Al te modern zal het bij Tim Knol niet snel worden. Sixties-invloeden zijn duidelijk hoorbaar. Voor hem is dat de periode waarin de goeie popmuziek begon op te komen. Knol spaart ook singeltjes uit die tijd. Evengoed klinkt regelmatig de prairie door, dankzij een jankende pedal-steelgitaar op de achtergrond. En hoor je invloeden van Gram Parsons, Ryan Adams en Wilco. En Neil Young - „Die heeft een stem als niemand anders. Young kan rocken als een wilde én heel klein spelen. Hij kan dat maken, en het is ook mijn streven.”
Feit is dat de band die rond Knol gevormd is behoorlijk stevig kan uitpakken. Live zijn ze al een stuk ruiger dan op de plaat, stelt Knol vast. Terwijl hij als toegift graag een 'klein' liedje speelt als 'In my room', dat hij schreef voor de ouders van een jongen die overleed aan de ziekte van Duchenne. „Heel mooi dat ik zijn ouders zoiets heb kunnen geven. En het liedje blijkt te werken als toegift, de mensen zijn stil.”
Eigenlijk kan het niet op voor Tim Knol, die nog studeert aan de Herman Brood Popacademie in Utrecht. Naast een album waar hij trots op is, heeft hij ook een band, met gitarist Anne Soldaat en toetsenist Matthijs van Duijvenbode en Johan-drummer Jeroen Kleijn. „Er is chemie, het werkt en dat is goud.”
Inmiddels zijn de verwachtingen hoog opgeschroefd. Deze week stond hij in 'De wereld draait door', afgelopen weekeinde speelde hij op Noorderslag, vorige week was hij te gast bij Giel Beelen.
Excelsior presenteert Knol als nieuw talent. Dat predicaat wuift Knol beleeft weg. „Ik ben blij dat ik de kans krijg. Voor mij is Excelcior hét label voor alternatieve muziek. Het begin inmiddels wat normaler te voelen dat ik daar nu ook bij zit.”
En dan de naam. 'Tim Knol'. Erg 'rock-'n-roll' klinkt dat niet. „Sommigen geloven zelfs dat het juist daarom wel een artiestennaam moet zijn. Ik heb er over nagedacht om 'm te veranderen. Ik wist niks beters, en zo heet ik nu eenmaal. Steve Earle heet in Amerika toch ook gewoon Steve Earle?”.
Volg Tim Knol op Twitter