Scandar Copti en Yaron Shani zijn beiden Israëliërs. De een is Palestijns en de ander is joods. Samen schreven en regisseerden ze een ambitieus drama over multiculturele spanningen in Ajami, een buitenwijk van Tel Aviv.
Die samenwerking tussen twee 'vijanden' is vrijwel het enige lichtpuntje in deze grimmige misdaadgeschiedenis. In een door de tijd springende vertelling die qua structuur doet denken aan illustere voorbeelden als Pulp fiction en Babel, volgen de filmmakers een groot aantal personages.
Een Arabische jongeman krijgt het aan de stok met wraaklustige nomaden, die het gemunt hebben op een familielid. Als hij ook nog aanpapt met de dochter van zijn Christelijke beschermheer werkt hij zich nog erger in de nesten. Een andere Arabier wil juist trouwen met een hippe joodse uit Tel Aviv - wat dan weer hevig wordt afgekeurd door zijn vrienden. Een andere verhaallijn volgt een Palestijn uit bezet gebied, die zijn illegale baantje kwijt raakt en betrokken raakt bij een drugsdeal, omdat hij geld nodig heeft voor zijn doodzieke moeder. Aan de andere kant van de lijn staat een Israëlische politieman, die een door Palestijnen vermoord familielid wil wreken. In een script dat af en toe ingenieuzer wil zijn dan eigenlijk past bij de rauwe milieuschets brengen Copti en Shani alle verhaallijnen bij elkaar.
De moraal van het verhaal is onontkoombaar: haat roept meer haat op en geweld leidt alleen maar tot meer geweld. De door amateurs vertolkte personages zijn levensecht, en binnen hun belevingswereld zijn hun handelingen begrijpelijk, hoe dom en destructief hun daden ook uitpakken. Maar begrijpen is iets anders dan meeleven. Het is lastig om je te verplaatsen in deze verzameling haantjes, die gevormd zijn door erecodes, traditionele stamverbanden en een mediterrane straatcultuur.
Anders dan de zo vruchtbaar samenwerkende regisseurs zijn deze personages niet in staat om over hun eigen schaduw heen te springen. En dat mag je gerust tragisch noemen.
FRITZ DE JONG