Reisopera herneemt La Traviata. Daarin maakt kleine Bulgaarse sopraan indruk.
door Ellen Kruithof
De Bulgaarse sopraan Petya Ivanova, die de courtisane Violetta Valéry vertolkte, is amper anderhalve meter groot. Haar stem is echter omgekeerd evenredig krachtig, waardoor slechts bij haar eerste opkomst en bij het slotapplaus opviel dat de rest van de cast een kop groter was. Violetta is een vrouw die aanvankelijk geniet van de feesten en de aanbidders, zich toch aan Alfredo bindt, maar uitgemergeld wordt door tbc. In de eerste acte klonk Ivanova's stem in de hoogte wat schril, vergeleken met het klankrijke midden- en lagere register. In de tweede en derde acte was ze subliem. De geliefde, tenor Peter Auty als Alfredo Germont, leek ook last te hebben van opstartproblemen. In de eerste acte was hij meer met zichzelf dan met Violetta bezig, waardoor hij een minder geloofwaardige gepassioneerde aanbidder was. Gelukkig maakte hij dit meteen aan het begin van de tweede acte goed, in de scène met het geweer. Bariton Roland Wood was fantastisch als papa Giorgio Germont, die vindt dat Violetta met Alfredo moet breken om de eer van de familie te redden. Het was niet nodig om de boventitels te lezen om te merken dat zijn houding veranderde van afkeer van de lichtzinnige vrouw tot begrip en zelfs acceptatie als schoondochter. Toen was het echter te laat, Violetta was stervende. Regisseuse Monique Wagemakers benadrukte – evenals bij de vorige versie van La Traviata – de ziekte van de uitgemergelde Violetta door haar baleinen onderrok. Ivanova zong “Addio, del passato” (Voorbij, gelukkige dromen uit het verleden) op halve kracht, prachtig pianissimo begeleid door het Noord Nederlands Orkest. Ivanova kan niet alleen geweldig uithalen, maar ze wist ook in haar zachte passages een ongelooflijke draagkracht te realiseren, tot aan de achterste rij in de zaal. Dirigent Robbert van Steijn gaf de zangers voldoende ruimte en het orkest volgde goed, maar er waren regelmatig oneffenheden in de stemming en de klank. Zo klonken naar het einde toe de tutti's steeds blikkeriger. Er waren ook prachtige momenten, zoals de perfecte begeleiding van Violetta's plagerige “Ah, se ciò è ver, fuggitemi” (Als het waar is, verlaat me dan). Maar soms was het goed dat de aandacht werd afgeleid door de actie op het toneel. De drie hoofdrolspelers komen bij de Reisopera terug in Lucia di Lammermoor met die grootse Bulgaarse in de titelrol.