De beroemdste acts duurden een minuutje, het zilveren jubileum werd dit weekeinde met een marathon van 25 uur gevierd. Straattheatergroep ‘De Stijle,Want’ bestaat 25 jaar. Geboren Achterhoeker Gerard Olthaar en zijn compagnon Harrie Verkerk bouwden samen met fans en bevriende artiesten een feestje in het Belgische Neerpelt.
Door Ingrid Bosman
Een bescheiden digitale terugblik werd een meer dan levensechte reünie. “We zouden aanvankelijk alleen op de website aandacht besteden aan het jubileum, maar toen de directeur van theaterwerkplaats De Dommelhof voorstelde om daar een feest te organiseren sloeg ons hoofd op hol”, vertelt Gerard Olthaar, die tegenwoordig samen met Harrie Verkerk uit Tilburg de harde kern vormt van ‘De Stijle, Want’.
De groep heeft ook in de oostelijke regio geregeld haar maffe kermistenten opgeslagen en het publiek een korte maar krachtige theaterervaring bezorgd. Eerst op de Zomerfeesten in Hengevelde en later ook in andere plaatsen tijdens het festival Overijssel op Straat. Menig bezoeker staat het eenzame ritje op een rodeostier of de race in de marmottenbaan in het geheugen gegrift. Op 25 en 26 juli treden Verkerk en Olthaar op tijdens de Zwarte Cross in Lichtenvoorde.
Olthaar is geboren in Geesteren bij Borculo, en woonde ook nog kort in Vorden. Hij was vijf toen het gezin naar de Randstad verhuisde. Achterhoeker voelt hij zich niet, “maar ik vind het wel altijd leuk om te zeggen dat ik er vandaan kom.” Inmiddels is hij verknocht aan Rotterdam, “de mooiste stad van het land.” Stadgenoot Jules Deelder, die in het verleden ook met de groep samenwerkte, was één van de artiesten die het feestje met zijn aanwezigheid en een optreden als dj opluisterde. Olthaars ouders, inmiddels weer wonend in Vorden en ere-gasten op het drukbezochte feest, hadden op dat vroege ochtenduur al hun bed opgezocht.
Gerard Olthaar solliciteerde destijds op een advertentie in De Volkskrant naar een plek bij de theatergroep. Hij werkte op dat moment in Brussel als décorbouwer en –ontwerper. Opgeleid als binnenhuisarchitect koos hij bij De Stijle, Want voor een leven op straat. In vaak buitenissig vormgegeven tenten en tentjes, dat dan weer wel. Handelsmerk van ‘De Stijle, Want’ was de korte duur van de voorstellingen, onder het motto: ‘minder is meer.’ In het begin was het een vriendelijke shocktherapie: één toeschouwer werd één minuut ondergedompeld in een absurde werkelijkheid. En ook al groeiden de voorstellingen later soms wel in duur en omvang, eenvoud bleef het uitgangspunt. Olthaar: “De kracht van de eenvoud werkt nog steeds. We hebben pas de voorstelling Hek gemaakt, met alleen maar een dranghek. Dan zie je slechts twee gemeentemannen met zo’n dranghek in de weer.”
Het feestprogramma omvatte optredens van ruim 50 artiesten uit binnen- en buitenland, onder wie ook veel oud-leden van ‘De Stijle, Want’. Het leverde een mooie dwarsdoorsnede op van 25 jaar straattheater en aanverwant amusement: van ‘gouwe ouwe’ van De Levende Jukebox tot gruizige poëzie van Andre Manuel, van een freakshow van het Franse Makadam Kanibal tot een eenmalige come back van de Vlaamse absurdisten Wurre Wurre, van de vette grappen van Fake Naked tot aandoenlijke fanfare van de Wout Akkermans Kapel.