Nergens is het contrast tussen oud en nieuw zo goed zichtbaar als hier: in Bad Bentheim kun je je het ene moment in vorige eeuwen wanen, en het andere moment sta je ontnuchterd in een nieuwbouwwijk. Wie een stoeltje wil uitklappen om schilderachtige taferelen te zien, kan beter in het oude centrum blijven. DOOR FREDERIKE KROMMENDIJK FOTO CARLO TER ELLEN
door Frederique Krommendijk
We willen wel iets anders zien dan de geijkte highligts in Bad Bentheim. En dus kloppen we bij de VVV aan voor een wandelkaart van de Obergrafschaft. Route 2 lijkt wel wat, 'niet alleen maar bos', belooft het aardige meisje, en 6 km is een lekker stukje op een zonnige lentemorgen. We halen een Plunder (krakeling met fruit) bij de Konditorei en beginnen welgemoed te lopen. Maar het is al gauw even slikken, want de route leidt snel het oude stadshart uit en langs de buitenwijken van Bentheim. Daar worden we niet vrolijk van. Na een half uur zitten we nog in de bebouwing en eten ons gebak met de meegebrachte koffie in een schuilhut die deerlijk naar hondenpoep ruikt. Wordt het nog beter? We raadplegen de kaart en zien dat we vlakbij groen zitten. Maar de bouwlust van de Bentheimers kent geen grenzen: waar de kaart nog natuur laat zien is een villawijkje neergezet met weinig van onze smaak en veel Nederlandse nummerplaten. Aan de overkant van de Bentheimerstraat, vlakbij Gildehaus, zijn enorme graafmachines met geweld bezig ook hier een stuk natuur om zeep te helpen en iets verderop straalt het nep-vakwerk van nieuwe vakantiehuisjes. We worden er bijna depri van. Gelukkig ontwaren we nog een smal beekje en zet mijn man een Schubertlied in, over een Launige Forelle. Nu worden we er een beetje melig van. Laat maar lekker zitten, die wandeling, op naar die burcht! Gelukkig heeft het meisje van de VVV ons ook een stadsplattegrondje meegegeven en daar worden we na al die lelijkheid helemaal blij van. Eerst wandelen we helemaal om de burcht heen en belanden zo in het Schlosspark. Hoge zandsteenpilaren sieren de ingangen en strakke paden leiden naar de prachtig geometrisch aangelegde buxusperken, waar over een paar weken de rozen bloeien. Hoge fonteinen spuiten het water richting blauwe lucht en op de achtergrond domineert de burcht. Hier kun je wel een uurtje op een bankje zitten, of zoals Jacob van Ruisdael dat vermoedelijk deed, een schildersezeltje neerzetten om de burcht te vereeuwigen. Op de camperparkeerplaats staan veel witte kampeerwagens stil, de bewoners op klapstoeltjes ervoor. Tegen de helling waarop de burcht staat is alles roze van helmbloem, wit van bosanemonen en helder geel van speenkruid, alsof iemand een kleurig tapijtje aan de voet van het slot heeft gedrapeerd. We kunnen ons helemaal voorstellen waarom schilders in vroeger eeuwen hier hun doeken neerzetten en vol energie begonnen te penselen. Ook in het park een Bentheimer zandsteen beeld van een dromende vrouw, Anna. Waarover droomt zij?, vraagt het bordje, we mogen het zelf invullen. We zien haar verstilde glimlach, voelen onze rammelende magen en herinneren ons ineens die lekkere bakker van daarnet. Van een fijn broodje in de zon, natuurlijk. Op één van de banken eten we onze lunch en wandelen aan de hand van de plattegrond verder. Bij het Sandsteinmuseum staan werkstukken buiten. Van een klassieke Bentheimer poort, een werkstuk van een gezel van het steenhouwersgilde tot een heel strak mannenfiguur. We lopen door de winkelstraat en dan naar beneden, waar we bij de Evangelisch-reformormierte kirche komen. Ook hier weer volop bouwlust, bijna bovenop de kerk worden luxus-appartements neergezet, je moet het maar durven. In de oostelijke Hellendoornstiege zien we een haagbeuk met pril groen, de imposante takken lijken wel gespierde armen die over de steeg naar elkaar reiken. Waar je ook loopt, steeds kun je de burcht weer als baken boven alles zien uittorenen. Smalle steegjes leiden er naar toe. Veel van die straatjes zijn ongeschikt voor auto's en ademen door het oude plaveisel en de treetjes een Middeleeuwse sfeer. Eén van die mooie straatjes is de Synagogenstiege. De steeg was door de vlakke, in de rots gehouwen trappen ook voor paardrijders te gebruiken. Een synagoge vind je er echter niet meer, die werd in 1938 al vernield. Zo cirkelen we in een uur met de VVV-route langs de bezienswaardigheden van de stad en voelen ons heuse toeristen. Nieuw is heus niet altijd minder, maar in Bentheim heeft de ouderdom toch echt de beste papieren.