TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen

TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen | Tussen Herrgott en Duivelsrots

Tussen Herrgott en Duivelsrots  

door Rindert Paalman 

De bekisting die hem moest beschermen tegen natte en koude weersinvloeden is een paar dagen geleden verwijderd. De Herrgott van Bentheim is ontwaakt uit zijn winterslaap en koestert zich deze middag in een flets zonnetje. Het rotsblok met uitgehouwen kruisbeeld heeft, gezien zijn leeftijd, de tand des tijds verrassend goed doorstaan. Het is uit de tijd ergens tussen 980 en 1020; in 1820 is het bij graafwerkzaamheden in Bad Bentheim gevonden; sinds decennia staat het op de binnenplaats van het kasteel.
De uitbeelding van de Christusfiguur is wat ongewoon: hij hangt niet aan het kruis, maar staat er voor, de benen naast elkaar, en hij is gekleed in een habijt en heeft een dubbele gordel om. Het opmerkelijkste is dat hij geen doornenkroon draagt en dat zijn handen niet aan het kruis zijn genageld, maar een zegenend gebaar maken. Alsof de maker heeft willen laten zien dat Christus de dood heeft overwonnen.
Waarom het de Herrgott van Bentheim wordt genoemd, is niet bekend, maar al snel na de vondst wist men tot ver in Nedersaksen en het Rijnland van het bestaan. De naam heeft zelfs het Duitse idioom verrijkt. De uitroep 'Lieber Hergott von Bentheim!' is weliswaar wat in onbruik geraakt, maar was tot ver in de vorige eeuw tamelijk gangbaar. Zoiets als sapperloot, nondeju of godsamme.


De Herrgott van Bentheim is het meest waardevolle pronkstuk van het kasteel van Bentheim. Een highlight, zegt prins Oskar zu Bentheim, tot voor kort bewoner van de burcht. Eerder tijdens de rondleiding had hij gewezen op een ander hoogtepunt: het duivelsoor - 'een keurig tegenwicht tegen de Hergott. Bezoekers kunnen het nu nog niet zien, straks als de restauratie aan de westkant van het kasteel klaar is wel. Het oor ligt op een hoge, smalle hoge rots.
Volgens de overlevering hielp de duivel destijds mee bij de bouw van de het kasteel. Als beloning zou hij de ziel krijgen van het eerste levende wezen dat de volgende dag zou opduiken. De graaf van Bentheim vond dat - bang als hij was - geen prettig idee en verzon een list. Hij ving 's nachts in het bos twee raven en zette ze in een kooi bij de rots. Toen de duivel wakker werd en alleen de vogels zag, werd hij zo kwaad dat hij een van zijn oren afscheurde. "En dat heeft hij hier laten liggen", zegt de prins. "Het verhaal gaat er bij de bezoekers altijd in als koek."
Lopend over de weergang boven op de vestingwal, beschermd door de borstwering, besef je pas goed hoe imposant de ligging van het kasteel is. Het torent hoog boven Bad Bentheim uit. Aan de ene kant kijk je tot ver in het Münsterland, aan de andere kant tot ver in Nedersaksen. Prins Oskar moet toegeven dat de horizon van het Münsterland 'tamelijk verpest' is door de tientallen windmolens. "Allemaal gesubsidieerd. Allemaal dankzij roodgroen", zegt hij doelend op de kleur van de regering in Noordrijn-Westfalen. "En dat daar", wijst hij lachend naar de andere kant, waar de kolossen van de kerncentrale in Lingen reusachtig afsteken tegen de scherpe lucht, "hebben we te danken aan zwart, aan de CDU."
Het kasteel van Bentheim. De laatste burcht voor de Noordzee, zegt hij, parafraserend op de reclametekst 'letzte Tankstelle vor der Autobahn'. Het is volgens hem een van de mooiste en interessantste kastelen van Noord- en West-Duitsland. "Het is niet voor niets dat Jacob van Ruisdael de burcht vijftien maal op schilderijen heeft vastgelegd. Het motief moet hem zeer hebben aangegrepen."
Al vijftien generaties - 'of zijn het er zestien?' - is het in het bezit van het vorstenhuis Zu Steinfurt und Bentheim. Sinds 1480. Het kasteel is niet de hoofdzetel; dat is het kleinere slot in Burgsteinfurt, van waaruit Fürst Christian (85) de scepter zwaait. Prins Oskar (63), jongste (half)broer van Christian, was tot voor kort zoals hij het zelf noemt 'Angestellte' in Bentheim. Hij heeft er bijna zijn hele leven lang gewoond. Sinds kort woont kroonprins Karl Ferdinand (30) er met zijn gezin. Als vorst Christian uit de tijd raakt, volgt neef Karl Ferdinand hem in Burgsteinfurt op. "Hij is helemaal klaar voor zijn taak."
Het vorstenhuis Zu Steinfurt und Bentheim heeft in de streek altijd een dikke vinger in de pap gehad. Nog steeds trouwens, al is de in vloed wel afgenomen. Maar het tracé van de autosnelweg A31 van het Ruhrgebied naar Emden bijvoorbeeld moest tien kilometer naar het oosten worden opgeschoven, richting Schüttorf, omdat de vorst niet wilde dat zijn grondgebied werd aangetast. Dit tot groot verdriet van de stad Bad Bentheim die veel economische voorspoed van de weg verwachtte.
Lichtelijk eigengereid zijn ze wel, moet ook prins Oskar toegeven. In het zwaar katholieke Munsterland is de kreis Steinfurt een protestantse enclave; in de graafschap Bentheim is de evangelische kerk groter dan de katholieke. Dat zit zo: Graaf Arnold (rond 1600) kreeg destijds nul op het rekest toen hij andere Duitse vorstendommen om hulp vroeg in zijn strijd tegen de oprukkende Spaanse troepen. De graven van Holland echter reikten wel de helpende hand. Als dank voerde Arnold de protestantse leer in. Tot op de dag van vandaag bepaalt de vorst Zu Steinfurt und Bentheim wie de predikantenzetel bezet.
Echt armlastig zijn ze ook niet aan de andere kant van de grens. Het onderhouden van twee kastelen en alles wat daar zo bij hoort, kost weliswaar een lieve duit, maar kan uit eigen middelen worden betaald dankzij opbrengsten uit onder meer bosbouw, grind- en zandafgravingen en grootschalige pacht van landbouwgronden. Bovendien vloeit de helft van de revenuen van de kuurkliniek in Bad Bentheim in de kas van het vorstenhuis. "We krijgen geen subsidies", zegt prins Oskar. "Hooguit eens iets van Monumentenzorg, maar dat is minimaal. Ach, u kent dat wel: je krijgt twintig procent subsidie en men eist honderd procent hoe je het moet besteden. Daar hebben we niet zoveel zin in."
Niet te versmaden zijn inmiddels ook de inkomsten uit kasteelbezoek. Jaarlijks komen er zo'n honderdduizend mensen binnen de poorten van de burcht, van wie naar schatting zo'n zeventig procent uit Nederland. Het kasteel is nog niet eens zo heel lang opengesteld voor het publiek, pas sinds 1993. De vorst stond het idee van 'mensen over de vloer' sterk tegen, maar prins Oskar en zijn broer konden hem overtuigen van het 'economische nut' er van.

"Ik heb er nooit problemen mee gehad", zegt Oskar, "dat er zoveel volk door je huis loopt. In het gedeelte waar wordt gewoond, in de ronde toren, heb je er ook geen enkele last van. En we waren ook wel wat gewend. In het verleden hebben we hier ook al eens een klein bejaardenhuis en een Erholungsheim gehad en onderdak geboden aan soldaten en krijgsgevangenen die terugkeerden uit Rusland."
De inrichting van het kasteel, zoals die nu is, kreeg pas vanaf 1860 gestalte. In de halve eeuw daarvoor was de burcht zwaar verwaarloosd en diende hij lange tijd als gevangenis. Prins Alexis, de grootvader van de huidige vorst Christian en prins Oskar, gaf de aanzet tot een rigoureuze restauratie van de verschillende vertrekken. Hij had wel pretenties, zegt Oskar. Alexis was getrouwd met prinses Pauline van Waldeck-Pyrmont, zuster van koninginregentes Emma, de vrouw van koning Willem III en de moeder van prinses Wilhelmina.
Als zwager van de Nederlandse koningin vond hij het aan zijn stand verplicht om van het kasteel iets moois te maken, ook al omdat Emma te kennen had gegeven dat ze graag en vaak op bezoek wilde komen. "Maar ja", aldus een nuchtere prins Oskar, "zoveel geld was er nu ook weer niet om groots uit te pakken. Sommige zalen zijn nooit opgeleverd."
Emma kwam inderdaad zeer regelmatig naar Bad Bentheim - in het begin steeds met de trein uit Den Haag of Apeldoorn, vanaf 1906 met de auto. Een vitrine vol foto's getuigt er van. Ze was een populaire tante, zegt prins Oskar, mijn oudste broers waren dol op haar. Er is een mooie anekdote over haar, die nog altijd de ronde doet in de familie: Emma droeg veelal kleding met een lange sleep. Het kon gebeuren dat de neefjes op de sleep plaatsnamen en vervolgens 'huuh tante Emma, huuh tante Emma' riepen. Waarna de vorstin zich als een dartel veulentje in gang zette, de kinderen over de geboende houten vloer achter zich aan slepend.

 
Tussen Herrgott en Duivelsrots van  Herman Haverkate
Gepubliceerd: 23-04-2009 , Laatst bijgewerkt: 24-04-2009