Jochem de Vries (1979) is net aangekomen. Om zijn nek dwarrelt zijn festivalpas, met daarop zijn functie: metteur en scène (regisseur). Trots? „Nog net voor mijn dertigste heb ik Cannes gehaald. Dat is wel iets om trots op te zijn. Dit is het grote genieten."
Door Ronald Ockhuysen
Binnen de Nederlandse filmwereld kent bijna niemand zijn naam. De Vries, die in 2004 afstudeerde aan de Utrechtse Hogeschool voor de Kunsten, maakte enkele korte films. Ze waren te zien op het Nederlands Film Festival, en op enkele internationale evenementen. Tot erkenning leidde dat niet. Sinds dinsdag is dat anders: zijn twaalf minuten durende film Missen draaide in de competitie voor korte films in
Cannes. Dat betekent dat De Vries kans maakt op een Gouden Palm, en plotseling behoort tot de elite van het internationale filmtalent.
„Ik heb geen enkel lobbywerk gedaan," vertelt de regisseur op een terras tegenover het festivalpaleis. Hij drinkt een glas bier, en schudt handen van journalisten die nu allemaal iets van hem willen. „Met mijn producenten hadden we na de afronding van de film iets van: we moeten hem nu ook naar festivals sturen. We besloten op het hoogste in te zetten. De film is in een envelop gegaan en opgestuurd."
Enkele weken geleden kreeg hij onverwacht een Engelssprekende man aan de lijn, met een onmiskenbaar Frans accent: 'Meneer De Vries van harte gefeliciteerd!'
Zijn film was geselecteerd. „Gek genoeg reageerde ik lauw, omdat ik wist dat een korte documentaire van mij, die onderdeel vormt van een groot project, hier te zien zou zijn. Toen bleek het om Missen te gaan - ik was stomverbaasd en heb vervolgens hard gejuicht."
Missen speelt zich af in Amsterdam-Noord. De Vries toont een moeder en een dochter, die vooral bezig lijken te zijn een bus te halen. Pas na verloop van tijd ontvouwt zich het ware verhaal van dit eigentijdse gezin. „Ik houd van suggestie. Van minimalisme. Ik heb niets met films die meteen alle kaarten op tafel leggen."
Voor Missen had hij twintigduizend euro tot zijn beschikking. Het geld kwam van het Fonds voor Beeldende Kunsten en het Amsterdamse Fonds voor de Kunst, beide niet primair gericht op filmmakers. De Vries: „Tot nu was er niet zo'n goede match tussen mij en de geldschieters binnen de Nederlandse film. Ik vrees dat mijn werk te donker werd gevonden, te abstract. Nu ik Cannes heb gehaald, maak ik de volgende keer misschien meer kans."
Op het festival gaat hij de komende dagen vooral zijn ogen uitkijken. Michael Haneke, zijn favoriete regisseur, heeft in Cannes een nieuwe film in de competitie. „Ik heb geen plannen om hem op te zoeken, of aan te spreken. Ik denk niet dat het zo werkt. Het is vooral mooi dat ik deze ervaring op mijn cv kan bijschrijven."