'Bindi' gaat verder waar 'Echte mannen eten geen kaas' ophoudt.
door Anne Boer
foto: GPD/Yvonne Pieters
Op de laatste bladzijden komt de woede volledig tot uiting. „Hij is gewoon een dikke, vieze, pedofiele Afrikaan, die kleine meisjes helemaal kapotmaakt en brainwasht. Een pedofiele seksterrorist." En: „Ik gun hem niet om dood te gaan voor hij beseft wat hij met zijn leven heeft gedaan. Wat een eenzame begrafenis zal die man hebben."
In haar tweede boek 'Bindi' beschrijft Maria Mosterd hoe het verder ging na het verhaal dat de auteur uit Zwolle in haar eerste boek 'Echte mannen eten geen kaas' vertelde. Die bestseller, er gingen 200.000 exemplaren over de toonbank, vertelt het schokkende relaas van een twaalfjarig meisje dat in handen komt van een loverboy (Manou) en pas na vier jaren ontsnapt uit zijn greep.
Vervolgens begint een moeizame gang langs hulpverleners, tot Maria naar India mag om in een speciaal project voor slachtoffers van loverboys haar onafhankelijkheid terug te vinden. Aanvankelijk lukt dat niet, omdat de loverboy in haar hoofd meereist. „Ik wil terug naar Manou", schrijft ze in 'Bindi'. „Terug naar de wereld die ik ken. De wereld waarin ik niet hoef te denken en alleen moet doen. Dat is wel makkelijk, maar goed. Nee, deze wereld van 'normale mensen' is veel beter dan die van Manou. Wel eng, maar beter." Pas na een tweede periode in India gaat de knop om.
'Bindi' gaat over haar verblijf in India. Bindi is de stip op het hoofd van Hindoevrouw en de naam van het hondje dat Maria daar heeft. Hij is heel belangrijk voor haar. „Hij was een soort therapeut voor mij. Ik praatte tegen hem altijd over alles wat me dwarszat."
In het boek blikt Maria met een goed gevoel terug op India. „Ik ben achteraf wel erg blij dat ik naar India ben gegaan, het heeft me wel geholpen." Tegelijkertijd heeft ze veel kritiek op het inmiddels stopgezette Valorproject van de Hoenderloo Groep.
„Het hele idee was op zich wel goed, alleen de uitwerking was heel slecht. De directeur van de Hoenderloo Groep zei in een krantenartikel dat achttien van de twintig meisjes die aan het project hadden meegedaan, goed terecht waren gekomen. Echt niet. Drie zijn op de goede weg. De rest is volgens mij terug bij af."

Maria wilde voor de tweede keer naar India omdat ze niet in Nederland achttien wilde worden. „Als je 18 jaar bent, mag je legaal in de prostitutie werken en dat wist Manou natuurlijk. Zodra ik achttien werd, zou hij me komen halen."
Maria is er nog lang niet klaar mee. „Ik moet nog wel in therapie. Daar heeft die stomme hulpverlening wel gelijk in." De afgelopen jaren is ze vooral bezig geweest met haar boeken, met interviews. „Zo raar hoe het leven kan gaan. Mijn leven, van straathoer, naar India, naar schrijfster van een bestseller. Toch verveel ik me dood. De spanning die ik had bij Manou heb ik (gelukkig) nooit meer gehad. Maar toch, die spanning vond ik zo..., ik weet niet. Mijn leven was in elk geval niet saai."