Er waren tijden dat er geen keus was voor de Hellendoorner of Nijverdaller: je móest eens in het jaar naar het openluchttheater. Een paar enthousiastelingen probeert die tijd te laten terugkeren.
Door Jasper Bunskoek
et was simpel, ik ging sowieso één keer in het jaar naar het Doktersbos. Dat hoorde er gewoon bij.” Bert den Ouden haalt oude herinneringen op zittend op de gloednieuwe bankjes van het openluchttheater.
Er is veel veranderd in het theater de afgelopen jaren. Kort voor de eeuwwisseling viel de vrijwilligersgroep die jarenlang voor het programma en de techniek zorgde uiteen. „Het kwam na de fusie met het Spoortheater. De animo van mensen voor het openluchttheater werd minder en langzaam verdween het enthousiasme bij de meeste leden van de werkgroep”, vertelt Geja Krans die destijds ook stopte met haar werkzaamheden.
Van 2000 tot 2008 waren de zomers in het Doktersbos vooral stil. Alleen de kerk maakte voor zijn pinksterdiensten nog gebruik van de locatie, maar van voorstellingen, films of festivals was in de verste verte geen sprake. Een enquête van een stagiaire van het ZI-NiN- theater over de toekomst van het openluchttheater bracht daarin verandering. Krans inmiddels werkzaam voor het ZINiN ging met collega Alby Mulder en veel vrijwilligers van toen onder wie Den Oudsten aan de slag om het theater nieuw leven in te blazen.
„We hebben het samen afgestoft”, constateert Krans. „Dankzij Alby is er weer een programma voor de zomer samengesteld.” Voordat er een programma kon komen moest het theater nog flink worden gerenoveerd. Er was jaren niet naar omgekeken. De houten bankjes waren in een slechte staat, het groen kroop door de tegels en de aanblik was niet bepaald florissant. „Dan vraag je je soms wel eens af: waarmee zijn we toch bezig. Je hebt een plan en een plek, maar daar houdt het wel mee op.
Gelukkig kwamen uit alle hoeken en gaten weer vrijwilligers opdraven om ons te helpen. De werkgroep bestaat nu uit 21 personen.” Met de korendag van vorig jaar had de werkgroep een goede stok achter de deur om alle werkzaamheden aan het theater op tijd af te ronden. „Dan weet je waarvoor je het doet en wordt iedereen meteen actief.” Met succes, want voor de korendag lag het theater er piekfijn bij. Net als nu en het theater is klaar voor een mooi programma.
„We hebben een aardig programma weten samen te stellen. Natuurlijk kunnen we nog geen risico lopen met het binnenhalen van grote artiesten. Je blijft afhankelijk van het weer. En een buffer ontbreekt nog”, constateert Mulder.
Wel staan er bijzondere workshops op het programma, zoals mime met de Canadees Martin Forget en toneelspelen met de Gagelspöllers. Verder wordt er in de zomer bijna elke week wel een film vertoond met de recent aangekochte beamer en geluidsinstallatie. „ Zo’n film in het bos is echt een beleving. En dat weet je pas als je het een keer hebt meegemaakt...”
Lullaby Festival
Stukje bij beetje krabbelt het openluchttheater uit het dal. Een goed programma kan een enorme aantrekkingskracht hebben op bezoekers. Dat weten ook Geja Krans en Bert den Ouden. Maar hoe stel je een kwalitatief goed programma samen met een beperkt budget? Samen dachten ze na over de invulling van het programma. „Ik ben al jaren aan het proberen een soort shantycafé op te zetten”, vertelt Den Ouden. „Geja speelt in een doedelzakband.
Toen dachten we: kunnen we dit niet combineren?” Zo ontstond de basis voor het Lullaby (spreekt uit: lullabaai) Festival, een evenement met Ierse, Keltische, Schotse en shantymuziek. Zondag 18 juli hopen de beide organisatoren op een grote publieke belangstelling. „Het festival is een voorbeeld van de multifunctionaliteit van het theater. We hebben optredens van drie bands, waarbij iedereen mag meezingen. Er is ook nog een open podium en we bieden de mogelijkheid om tussendoor even een wandeling door het bos te maken.”
Lullaby is de naam voor een bepaald ritme bij het harde werk in de mijnbouw, scheepvaart, maar ook op de boerderij. „ De liederen zijn echte arbeidsvitaminen. Je moet haast wel meezingen.”