'Hier' , met dat woord opent en eindigt het boek van Hella Haasse. De hoofdpersoon wijst op nog jonge leeftijd met het eerste 'hier' naar de plek waar hij zijn levenswerk wil beginnen. Het tweede volgt aan het einde van zijn leven, als hij duidt op de plaats waar hij begraven wenst te worden. In de toneelbewerking van 'Heren van de thee' gebeurt oppervlakkig bezien hetzelfde.
Ook in dit geval valt de nadruk tweemaal op het 'hier'. Het 'hier' van de eerste en de laatste scène zijn echter identiek: we zien de hoofdpersoon wijzen naar het door hem gewenste graf. Met andere woorden: de voorstelling heeft in de bewerking van Ger Thijs een cirkelstructuur gekregen, het verhaal wordt als één doorlopende flash back uitgerold. Ogenschijnlijk een eenvoudige ingreep, maar het tekent de behendige wijze waarop Thijs de opzet van het verhaal naar de eisen van het theater heeft vertaald.
Er is duidelijk gekozen voor een strakke bewerking die vloeiende overgangen – in tijd en plaats van handeling – mogelijk maakt. Op dat vlak ligt het sterke punt van deze aanpak. Ook het decor is hierop afgestemd. Het speelvlak blijft beperkt tot een abstract vormgegeven ruimte, zodat scènewisselingen moeiteloos in elkaar overlopen.
Een zekere abstractie past ook goed bij het boek van Haasse waarvan de stof in de woorden van de schrijfster 'niet verzonnen is, maar wél geselecteerd en gearrangeerd volgens de eisen die een roman-aanpak stelt'. Niet voor niets laat de bewerker met regelmaat de acteurs in brieventaal elkaar toespreken. Dat is de kwaliteit van deze toneelbewerking: ze volgt het boek maar gaat zo nodig een eigen weg.
Het stuk beperkt zich tot de cruciale momenten in het leven van Rudolf Kerkhoven wanneer hij na zijn studie in Nederland terugkeert naar Indië om daar een welvarende theeplantage op te bouwen. Zijn succes vereist veel doorzettingsvermogen. Kerkhoven beschikt daarover, deels door zijn eigen ondernemingslust. Maar deels ook vanuit een innerlijke onvrede over gebrek aan erkenning van de kant van zijn vader. Hij had namelijk verwacht als oudste zoon aanspraak te kunnen maken op de plantage van zijn vader. Omdat echter zijn jongere broer de voorkeur geniet, voelt Kerkhoven zich miskend. Dat leidt tot een zekere mate van fanatisme die hem min of meer blind maakt voor de mensen om hem heen.
Vooral zijn echtgenote Jenny Roosegaarde Bisschop lijdt daaronder. Hoe beiden langzaam maar zeker uit elkaar groeien, behoort tot de basisthema's van het verhaal. En juist dat aspect blijft in deze toneelbewerking onderbelicht. Of beter gezegd: het komt weliswaar nadrukkelijk aan de orde, maar het wordt te weinig navoelbaar gemaakt.
Dat ligt voor een deel aan de abstraherende opzet van de voorstelling. De strakke bewerking mist sfeertekening. Je ontkomt haast niet aan een schetsmatige opeenvolging van korte scènes. Het is eveneens toe te schrijven aan de acteurs die dat zwakke punt onvoldoende weten weg te spelen. Cees Geel als Kerkhoven is bij vlagen zonder meer geloofwaardig, met name als het gaat om diens verbetenheid. Maar aan andere aspecten van Kerkhovens gevoelsleven komt hij nauwelijks toe. Nienke Römer faalt, omdat zij het wegkwijnen van Jenny in haar spel onvoldoende weet vorm te geven.
DOOR: WIJNAND ZEILSTRA