Half september stapte Javier Guzman na drie minuten van het podium. De cabaretier kon niet meer. Zat er doorheen. Laste een rustperiode in. Vanaf vorige maand staat hij weer in de theaters. „De voorstelling is hetzelfde, maar het is intenser geworden.”
In zijn vijfde voorstelling moet zijn Spaanse vader eraan geloven. In een paar zinnen laat Javier Guzman geen spaan van de man heel. Maar zijn eigen dochtertje, dat hij tot zijn ongenoegen nooit ziet, is een nog veel belangrijker thema.
Ja, dat van zijn vader klopt allemaal, zegt hij na afloop van de voorstelling in de kleedkamer van theater de Carrousel in Ommen. En dat van die dochter is ook waar. Ze is echt 7, net als wat hij in de voorstelling vertelt.
Guzman heeft wel vaker persoonlijk leed tot theatraal thema verheven. Hij behandelde zijn eigen drankverslaving in de voorstelling Delirium. Zwaar om eigen problemen in een theatrale setting te presenteren? Hij vindt van niet. „Dat ik mijn dochter niet mag zien is een moeilijke situatie. Door het in een programma te plaatsen maak ik er kunst van. In die gestileerde vorm vind ik het niet moeilijk om erover te praten. Dat geldt ook voor de weinig subtiele dingen die ik over mijn vader zeg. Het is veel confronterender om het daar in een gesprek over te hebben.
Guzman praat, maar niet van harte. De sfeer in de kleedkamer is bepaald niet optimaal. Hij is grieperig. Bovendien heeft hij kiespijn. En hij is ook al niet tevreden over het verloop van de voorstelling. Hoewel er behoorlijk is gelachen deze avond, vond hij het maar mat allemaal. „Nog wel een voldoende, maar geen voorstelling om in te lijsten.”
Met griep de auto instappen om naar Ommen te rijden, lijkt sowieso een schrikbeeld. Maar daar denkt Guzman anders over. „Hoort er allemaal bij. Eenmaal op de bühne heb je nergens last van. Als je optreedt komt er kennelijk een energie vrij die dat soort dingen opheft. Ook mijn kies voelde ik vanavond niet.”
Guzman is nog wel eens negatief in de publiciteit gekomen. Drank, drugs, vechtpartij: er werd allemaal uitvoerig over bericht. „Ik kon vroeger kwaad worden als er dingen over me werden geschreven die niet klopten. Daar ben ik nu veel berustender in. Het maakt me niet veel uit wat er wordt geschreven. Ik weet zelf wel wat waar is en wat niet.”
Zijn zaakwaarnemer had vooraf al gezegd dat Guzman niet zou praten over de periode tussen het moment dat hij in Bergeijk van het podium stapte en op 2 januari weer begon. Maar de vraag of er inmiddels wat veranderd is, wil hij wel beantwoorden. „Vanavond was de zevende voorstelling. De intensiteit van de voorstelling is veranderd. De voorstelling is intenser geworden.” En hijzelf? Hij klimt weer langzaam omhoog, zegt hij. „Ik zat er helemaal doorheen. Ik ben nog steeds op krachten aan het komen. Ik kan al mijn energie concentreren op de anderhalf uur die ik op het podium sta. Daarnaast doe ik niet veel.”
Aan de tekst hoefde hij voor zijn terugkeer niets te doen. „Die kende ik nog wel. Ik heb de tekst niet uitgeschreven. Dat doe ik nooit. Ik werk met steekwoorden. Daarmee kan ik alles onthouden. Daarmee hou ik er ook een soort versheid in. Er is niet een ultieme manier om een verhaal of een grap te vertellen. Zo wordt elke avond anders.”
De voorstellingen in Enschede vanavond en morgen zullen in elk geval anders zijn. „Ik speel graag in Twente. Ik vind de mensen er leuk. Er zijn zalen waar ze al uit hun plaat gaan als ik gewoon uit de kleedkamer kom en het podium op stap. In Twente houden ze er een gezonde manier van naar theater gaan op na. Het is een beetje van met je armen over elkaar gaan zitten en met een blik van: kom maar op! Een soort nuchterheid. Ik heb het gevoel dat ik Twentenaren begrijp en zij mij.”
Het gesprek is afgelopen. Guzman excuseert zich voor zijn suffigheid. Nee, verder heeft hij niets meer mee te delen. Heeft nog wel een vraagje: „Kan ik de tekst nog even lezen voor die wordt gepubliceerd?”
Door Ton Ouwehand