TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen

TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen | Niet de verkeerde soort ophef

Niet de verkeerde soort ophef  

Voor Arie de Mol was er eerst de film. In 1981 had de Hongaarse regisseur István Szabó de roman Mephisto van de Duitse schrijver Klaus Mann verfilmd. Hij won er de Oscar voor de beste buitenlandse film mee. Klaus Maria Brandauer speelde de hoofdrol. „Eind jaren tachtig dacht ik: als ik de kans krijg Mephisto voor het toneel te regisseren, dan ga ik dat doen. Na de laatste verkiezingen dacht ik: nu is het tijd.”
De Mol regisseerde Mephisto voor Toneelgroep Maastricht, nadat Erik-Ward Geerlings de roman van Klaus Mann voor theater had bewerkt.
Klaus Mann, zoon van Thomas Mann, de tovenaar, schreef zijn roman in 1936, in een tijd dat de wereld in brand stond. Een roman op de huid van de tijd.

Het stuk gaat over een theatergezelschap in Hamburg dat de wind in de zeilen heeft. De jaren twintig, de oorlog is voorbij - weliswaar met zware gevolgen voor Duitsland - maar het geloof in de toekomst is aanvankelijk groot. De cultuur bloeit, het theatergezelschap boekt grote successen. Met name door de populariteit van steracteur Hendrik Höfgen. Maar dan komt Hitler aan de macht. Onder het naziregime worden de teugels steeds strakker aangehaald. Voor artiesten en kunstenaars is het aanpassen of wegwezen. Wie te lang twijfelt, ‘verdwijnt’. Velen vluchten het land uit. Steracteur Höfgen is zo aan zijn succes in de spotlights gewend dat wil blijven spelen. Oh ironie, hij speelt avond aan avond de rol van Mephisto, de duivel in Faust van Goethe.

Waar Faust in Goethe’s boek een pact met de duivel sluit om een tijd lang over superieure kennis te beschikken (en te verkeren met de wonderschone Helena van Troje), zo verkoopt Hendrik Höfgen zijn ziel aan de nazi’s.
Höfgen sluit zijn ogen en zijn geweten voor de realiteit, terwijl hij tegelijkertijd wel degelijk probeert zijn - donkere - vriendin uit de handen van de nazi’s te houden. „Je kunt Höfgen niet als een volledig foute man zien”, beaamt De Mol.
In de schitterende voorstelling van Toneelgroep Maastricht valt op dat Höfgen ook helemaal niet de centrale figuur is. Zo’n centrale figuur ontbreekt juist, zodat duidelijk wordt hoe iedereen binnen de acteursgroep op geheel eigen wijze omgaat met de vraag in hoeverre ze zich willen aanpassen aan het naziregime.

Fraai is meteen de openingsscène. Het toneelgezelschap bespreekt in de kleedkamer de toestand van het land, terwijl op het achterpodium wordt gespeeld. De eerste schisma’s tussen de acteurs worden duidelijk. Er is een Joodse acteur, terwijl een ander nazi is geworden.
Waar ligt ieders grens tussen ambitie en geweten, het dilemma is van alle tijden. Mephisto is zowel tijdloos als actueel. Vreemdelingenhaat, uitsluiting, discriminatie, opportunisme. Een flink aantal tekstregels lijkt rechtstreeks naar de huidige tijd te verwijzen.
„Ik zie wel parallellen met deze tijd”, zegt De Mol, „maar die heb ik niet willen benadrukken. Ik wil de periodes, de jaren dertig en nu, ook niet met elkaar vergelijken. Het is niet een-op-een. We nemen zelf geen stelling. Ik wil het associëren aan het publiek overlaten.”
In de publiciteit vooraf heeft de Toneelgroep Maastricht bewust niet hardop lopen roepen dat hier politiek brisant theater wordt gemaakt. „Het gevaar dreigt dan dat je het niet waarmaakt. En vooral wilden wij theater maken. Het stuk is niet alleen een aanklacht. Ik ben niet bang voor discussies, maar ik wil ook weer geen discussies die niet over het stuk gaan. Ik wilde niet de verkeerde soort ophef. Dat zou heel onzuiver worden.”
Dat is hem gelukt. Het publiek pikt het op. „Ik krijg reacties dat mensen mondiger en strijdbaar de zaal verlaten. Velen ervaren de voorstelling als een hart onder de riem. Je merkt dat er veel mensen zijn die dit beleid niet willen. In Nederland leven weliswaar heel extreme ideeën over mensen van andere volkeren die hier wonen, maar dat is lang niet de meerderheid. Ik heb mensen gesproken die niet meer willen zwijgen als de buurman discriminerende opmerkingen maakt. Ze gaan de mond opentrekken.”

Door Theo Hakkert

 
Niet de verkeerde soort ophef van  Cynthia Kuipers
Gepubliceerd: 10-02-2012 , Laatst bijgewerkt: 12-02-2012