De zaal ging plat voor Thijs Kemperink, zaterdag bij de première van zijn eerste avondvullende cabaretprogramma.
door Ton Ouwehand
Hij had nog niets gezegd. Sterker nog, Thijs Kemperink stond nog niet eens op het podium, of je zag al waar het om draait in zijn eerste avondvullende programma. Een blik op het toneel was in dat opzicht meer dan voldoende. Links een melkbus en rechts een trommel. Het kon niet doeltreffender. Zijn hele jeugd samengevat in twee attributen: hij komt van de boer en hij wil artiest worden. Niets tegen Albergen, maar Thijs wil de wijde wereld in.
Thijs Kemperink heeft de afgelopen jaren met succes gesleuteld aan een naam in de wereld van stand-up comedy. Wie hem als comedian of als MC bezig heeft gezien, hoort in zijn cabaretprogramma de nodige grappen voorbij komen, die van hem uit dat circuit al bekend zijn. Toch heeft Thijs deze op een zodanig natuurlijke manier in zijn programma weten te integreren, dat je er in de nieuwe verpakking weer net zo hard om lacht. Misschien wel harder. Want nu hebben de grappen niet meer de functie van scoren, van grappiger zijn dan de concurrentie. Het valt wat beter op z’n plek. In een cabaretsetting hoeft het publiek niet veroverd te worden, want dat is toch al voor hem gekomen.
En als iets duidelijk was, was het dat wel. Een rode loper bij de ingang, afgezet met goudkleurige paaltjes waartussen dikke touwen. Je kon de zaal niet in zonder tussen twee grote billboards met Thijs erop door te lopen. De taak van Thijs was alleen nog maar om het publiek niet teleur te stellen. En dat lukte buitengewoon goed.
Als Thijs geen druk van het moeten scoren ervaart, is hij een geestige verteller. Hij is geen bewandelaar ingenieuze zijweggetjes. Thijs vertelt op een eerlijke manier, recht voor zijn raap. En daar valt vreselijk om te lachen. Terwijl hij de imitaties ook nog even geestig voorbij laat komen.
Hoewel hij bepaald geen absurdist is, belandde Thijs na afloop van zijn programma zowaar in een scene die door Wim T. Schippers bedacht had kunnen zijn.
Thijs had zijn staande ovatie in ontvangst genomen. Hij had bedankt wie er te bedanken viel. Tot aan zijn idool Herman Finkers aan toe, die in de zaal zat. Thijs beloofde met het publiek een borrel te drinken in de foyer. Toen hij omgekleed en wel aan de bar een pilsje bestelde, vroeg de bardame om twee euro. “Ik hoef niet te betalen, ik heb opgetreden”, zei Thijs. Je zag het meisje kijken: opgetreden, jij?