Zit het toneel in de verdrukking? Een fabeltje, zeggen theaterdirecteuren uit heel Nederland vlak voor de traditionele Uitmarkt in Amsterdam, waarmee het nieuwe culturele seizoen komend weekeinde officieel losbarst. 'De feiten zijn soms anders dan hoe de mensen de werkelijkheid voelen'.
door Nico de Boer
„In absolute zin is er zeker geen teruggang in het toneelbezoek”, zegt Evert de Jager, algemeen directeur van Het Nationale Toneel in Den Haag. „Ook als ik terugkijk op het vorige seizoen merk ik daar niks van. Als je ziet hoeveel minder auto's er worden verkocht, kun je alleen maar blij zijn dat in de podiumkunsten het niveau gelijk blijft.”
Het idee dat het toneel zou marginaliseren, ten gunste van vooral cabaret, musical en gemakkelijk vermaak, is niet nieuw. Jan Fokkinga, directeur van theater de Kampanje in Den Helder: „Ik zit nu ongeveer 35 jaar in dit vak en ik kan me niet anders herinneren dan dat zo was. Er is een groter publiek voor cabaret dan voor toneel. Aan de andere kant zie
ik eerder een lichte teruggang in het cabaretbezoek en een lichte groei in het toneelbezoek. Niet in absolute aantallen, wel in tendensen.”
En die half gevulde zalen dan? De Jager: „Natuurlijk zit de zaal niet altijd vol. Dat was tien jaar geleden ook al zo. Neemt niet weg dat het aantal mensen dat naar het toneel gaat stijgt. Tegelijk is er een enorme groei van het aantal producties. Veel varkens maken de spoeling dun. Dat haalt het gemiddelde per voorstelling omlaag.”
Gerda Kroeze van Orpheus Apeldoorn ziet evenmin reden om zich zorgen te maken: „Het afgelopen seizoen was veel beter dan het jaar daarvoor. Wat me het laatste jaar wel opviel is de sterke stijging van de losse kaartverkoop bij het toneel.” De Jager van het Nationale Toneel is dat evenmin ontgaan: „Vooral jongeren besluiten niet nu wat ze in maart willen
gaan zien.”
PLICHT
Ook in Leeuwarden doet het toneel het 'heel erg goed', aldus Pietie van Veen van De Harmonie. „Eerder was ik programmeur in Zaandam, daar ging het veel moeizamer.” De Harmonie heeft een trouw, relatief groot en gevarieerd toneelpubliek. Directeur Arthur Oostvogel: „Wij vinden het onze plicht als grote schouwburg in Friesland om het aanbod heel breed te houden en daarin te laten zien wat belangrijk is in Nederland.”
Bij vrije theaterproducenten als Hummelinck Stuurman Theaterbureau overheerst eveneens optimisme. Arjen Stuurman: „Onze productie 'Hotel Atlantico' was vorig seizoen bijna overal uitverkocht. Een nieuw stuk van Ger Thijs, 'Grote liefde', met Kitty Courbois, trok gemiddeld 400 tot 500 bezoekers. Dat waren mooi bezette avonden. Nu doen we 'Heren van de thee'. Het is al bijna overal uitverkocht. 'Oog om oog' met Linda van Dyck en Victor Löw loopt
goed. Mensen hebben daar wel zin in. Nee, wij hebben geen reden tot klagen. Maar dat komt niet vanzelf. In onze keuze moeten wij creatief zijn en we steken veel energie in het enthousiasmeren van de schouwburgen, om ervoor te zorgen dat de zalen vol zitten.”
Het toneelaanbod in Nederland is groot en divers. Met aan de ene kant het gesubsidieerde toneel, met toonaangevende gezelschappen als Toneelgroep Amsterdam, Het Nationale Toneel, RO Theater en Noord Nederlands Toneel, en aan de andere kant de vrije producenten, met grote spelers op de markt als Hummelinck Stuurman, Bos Theaterproducties, Wallis, Albert Verlinde & Roel Vente Theaterproducties en Jacques Senf & Partners.
Het Chassé Theater in Breda programmeert de laatste jaren relatief meer gesubsidieerd toneel en minder vrije producties. Directeur Cees Langeveld: „Gesubsidieerd toneel was twintig jaar geleden niet uitverkocht en nu ook niet. Toneel van vrije producenten is vaker uitverkocht. Dat komt omdat het gesubsidieerd toneel meer avontuurlijk is en daardoor risico in zich draagt voor het publiek. Niet elke bezoeker stelt dit op prijs.”
Bij schouwburgen noch grote toneelgezelschappen en vrije producenten leeft het idee dat het toneel in de verdrukking zit. Het publiek vergrijst, dat wel, en men zou graag wat meer jongeren willen zien.
„Het toneelpubliek is nogal geschakeerd”, zegt Kroeze van Orpheus. „Je kunt het niet over één kam scheren. Bij de ene voorstelling zie je meer jongeren dan bij de andere. De een gaat liever naar een blijspel, de ander naar een klassiek stuk.”
TROTS
Het Nederlands toneel bloeit, het artistieke niveau is hoog, luidt het algemene oordeel. Langeveld van het Chassé Theater: „Nederland mag trots zijn op het talent dat er is. Denk aan Ivo van Hove en Johan Simons, die weliswaar nu in België zit en straks in Duitsland, maar met NTGent te zien is in Nederland. Het Vlaamse aanbod (Toneelhuis) is sowieso
interessant om te tonen.”
Er is ook veel lof voor vrije producenten als Hummelinck en Wallis. „Zij komen met uitstekende producties”, aldus Van Veen van De Harmonie. „En omgekeerd heb ik het gevoel dat de gesubsidieerde gezelschappen ruimer zijn gaan kijken. Kijk maar naar Het Nationale Toneel dat nu 'Tirza' brengt.” Fokkinga van de Kampanje sluit zich hierbij aan: „Vrije producenten brengen stukken die tien jaar geleden alleen door het gesubsidieerde toneel werden gebracht.”
Stuurman van Hummelinck beaamt de keuze voor titels die meer de diepte ingaan. „Het gaat daarbij om een combinatie van inhoud, aantrekkelijkheid en tot de verbeelding sprekende namen. Die mix blijkt te werken.” Volgens hem is de vrije sector indertijd in het gat gesprongen dat 'de gesubsidieerde heeft laten liggen'. „Grote repertoiregezelschappen werkten beter in de grote steden. Plaatsen als Zutphen, Doetinchem en Veenendaal en ga maar door werden overgeslagen. Dat hebben wij overgenomen.” De Jager nuanceert: „Sommige vrije producenten beweren dat zij dit doen omdat wij het niet deden, maar dat is
overtrokken.”
Niettemin vist men steeds vaker in dezelfde vijver. De Jager. „Toch is er verschil. Ik maak me zorgen over de inhoudelijke kant. Een vrije producent doet een Tsjechov anders dan wij. Als wij 'Hamlet' spelen doen we dat met zestien acteurs, niet met zes, omdat wij vinden dat een volgende generatie moet weten hoe het repertoire in elkaar steekt.”
Voelt het gesubsidieerde toneel de adem van de vrije producenten in de nek? De Jager: „In financiële zin en de manier waarop een productie wordt opgezet, zijn we totaal verschillend. Wij hebben een heel ander belang. Maar dat zal het publiek een zorg zijn. Dat kijkt naar het stuk en wie er in speelt. De markt is beperkt. Je hebt vijftig tot zestig bespeelbare schouwburgen en die hebben zoveel avonden te verdelen. Het aanbod is nog altijd groter dan het aantal avonden, dus er is wel degelijk sprake van concurrentie. Als wij er staan, kan iemand anders er niet staan en andersom.”
Ook bij Oostvogel van De Harmonie baart dit zorgen: „We moeten waken voor een overaanbod, waardoor de kleintjes, jong talent, het kind van de rekening zijn. Jong talent trekt minimale aantallen bezoekers, maar we willen het wel graag laten zien.”
AANTAL BEZOEKERS BLIJFT STIJGEN
Uit de cijfers van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD) blijkt dat het bezoek aan de podiumkunsten de laatste jaren licht blijft groeien. In 2007 met 4,5 procent (530.000 bezoeken). Een kwart van de groei is het gevolg van de heropening van vernieuwde theaters (Agora Theater in Lelystad, Parkstad Limburg Theaters in Heerlen). Het aandeel van de gesubsidieerde voorstellingen nam sterk toe (60 procent) van 4.916 tot 7.890, evenals het publiek daarvoor. Cabaret (40 procent) en musical/operette (39 procent) zijn het meest uitverkocht, daarna volgen toneelvoorstellingen (25 procent).