door Jos Keijzer
In dit blijspel moeten familieleden ‘onmogelijke’ opdrachten uitvoeren om een deel van de erfenins van de schatrijke tante Alberdina te ontvangen. Zo moeten twee vrijgezelle tantes zangles nemen, een fuifstudent serieuze verkering krijgen en de moderne Teddy leren koken en breien.
De opdrachten leveren een kolderieke strijd op waarin het elk voor zich is, dus: ‘Ikke , ikke en de rest kan …!’ Tussendoor speelt de
zorg voor de levensgezellen van de vermogende tante, poes Keesje en de karie Pietermannetje. Bij een natuurlijke dood van beide beestjes gaat het vermogen naar het echtpaar Dijkerhuis, trefzeker gespeeld door Janny Wormgoor en Arjan Schutte. Bij een onnatuurlijke dood gaat de buit naar de overige familieleden.
Door het constante spel van de Dijkerhuisjes kunnen de anderen zich heerlijk te buiten gaan om de overdreven karakters voluit op het podium neer te zetten. Dirkje Lammertink speelt de notaris die executeur van de nalatenschap is. Hoe kolderiek de familie zich ook gedraagt , de notaris vertrekt geen spier. Knap gedaan.
Ook in dit blijspel worden hebzucht en onderling wantrouwen onder het voetlicht gebracht. De ‘zingende’ tantes Clotilde en Mathilde worden zeer humoristisch neergezet door Willemien Ligtenbarg en Jannie Wilbrink. Beiden bleven gedurende het hele stuk consequent in hun rol: twee tegengestelde karakters die door het publiek omarmd worden. Hippe nichtje Teddy en fuifstudent Herman, gespeeld door Lynn Wormgoor en Walter Markink vulden de bijzondere familie goed aan.
Om de chaos te vergroten, voegt schrijver Van Maasland vaak nog enkele figuren toe zoals bij dit blij spel de ‘Duitse’ Bertha Schnabel en detective Gerda Broekens, lekker overgedreven getypeerd door Miranda Onk en Angela Vonkeman.
Toneelvereniging Plankenkoorts heeft goede blijspelcapaciteiten. De vaart blijft in het stuk en er wordt goed naar de zaal toe gespeeld. Nog wat extra aandacht voor stil spel en het opvangen van teksthiaten is noodzakelijk.
Noordijk. Zaal Hassink.Zaterdagmiddag 22 oktober Toneelvereniging Plankenkoorts met ‘Ikke, ikke en de rest kan ...!’