Zaterdag 15 januari 2011 is de honderdste geboortedag van Wim Kan. Samen met Toon Hermans en Wim Sonneveld behoorde hij ooit tot De Grote Drie van het Nederlandse cabaret. Maar wat is er nog over van zijn erfenis? Cabarethistoricus Frank Verhallen: „Je moet hem nu eerst plaatsen in zijn tijd.”
Door Jos Schuring
In de tijd van de eindejaarsconferences duikt ook altijd de naam van Wim Kan weer even op. Een landelijk dagblad kopte eind vorig jaar zelfs: ‘Hadden we Wim Kan nog maar’ in een artikel over de tv-oudejaarsshow die Erik van Muiswinkel en een paar collega's op tv presenteerden. Maar hoe staat het - honderd jaar na zijn geboorte op 15 januari 1911 - écht met zijn erfenis?
Volgens cabarethistoricus Frank Verhallen zijn er nog steeds cabaretiers die zich maatschappelijk geëngageerd tonen, maar was het politieke cabaret van Wim Kan totaal anders dan wat bijvoorbeeld Dolf Jansen nu doet. „Kan was met zijn oudejaarsconferences de grondlegger van een traditie die nog maar weinig cabaretiers in ere houden. Van de Grote Drie was hij de enige die zich maatschappelijk geëngageerd opstelde, ook buiten het theater. Zijn publieke verontwaardiging over de komst van de Japanse keizer Hirohito naar Nederland staat bij veel oudere mensen nog in het geheugen gegrift.”
Verhallen is directeur van het Koningstheater in Den Bosch dat zich specialiseert in cabaret en doceert aan de Koningstheaterakademie dat jonge cabaretiers opleidt. Daarnaast publiceerde hij een tiental boeken over Nederlands cabaret. Als specialist is hij er zich als geen ander van bewust dat het lastig is de herinnering aan Wim Kan levend te houden. „Als ik doceer over De Grote Drie vergt Wim Kan de meeste aandacht. Toon Hermans kun je dankbaar duiden als een theatermaker van wereldklasse en als vertolker van eigen repertoire. Materiaal dat nog altijd staat als een huis. Ook van Wim Sonneveld kun je beelden laten zien die makkelijk voor zichzelf spreken. Je ziet een zanger en conferencier die uitblonk met materiaal dat bijvoorbeeld Michel van der Plas en Annie M.G. Schmidt voor hem schreven. Sommige van die teksten, zoals Het dorp, zijn ook nu nog overbekend. Ook dat spreekt studenten aan. Maar als je iets van Wim Kan laat zien, maken de studenten kennis met iemand die grappen maakt over mensen van wie ze nooit gehoord hebben.”
Verhallen: „Als je Kan tot zijn recht wil laten komen doen, zul je hem dus in zijn tijd moeten plaatsen. Dat betekent dat je stil moet staan bij maatschappelijke ontwikkelingen en het politieke klimaat van die tijd. Zijn betekenis destijds was enorm. Kan was uniek. Hij was zeer kritisch op zich zelf en bedong, in een tijd dat dit niet vanzelfsprekend was, dat zijn oudejaarsconferences alleen maar ongecensureerd mochten worden uitgezonden. Hij nam zijn show op en bepaalde pas op oudejaarsdag of hij het goed genoeg vond voor uitzending. Dat werd dan ’s middags bekendgemaakt en mensen zetten speciaal de radio aan! Aan Kan op oudejaar werd zoveel waarde toegekend dat hij voor één zo'n uitzending van de Vara een miljoen gulden ontving. We hebben het dus over de jaren zeventig.” Het waren de jaren dat Kans imitatie van Joop den Uyl (‘Twee dingen goed begrijpen.’) legendarisch was. En toen hij in 1976 Dries van Agt bekritiseerde, daalde diens populariteit in de peilingen prompt.
Freek de Jonge en Youp van ’t Hek gelden als belangrijkste erfgenamen van Wim Kan. „Dat klopt, maar als je naar Freeks laatste shows kijkt zie je dat de invloed van Kan nu van minder betekenis is. Bij Youp is dat veel sterker. Zijn oudejaarsavonden ademen nog veel meer die traditie van Wim Kan.” Bij de jongere generaties is die invloed helemaal verdwenen, uitgezonderd Jan Jaap van der Wal. Die is, Wim Kan indachtig, bewust in die traditie gestapt. Andere cabaretiers, zoals Theo Maassen, Micha Wertheim en André Manuel, zijn maatschappelijk geëngageerd, maar hebben een totaal andere werkwijze. „En die jongens zien het cabaret ook niet als enige levenstaak. Ze zijn ook schrijver, acteur of muzikant. Wim Kan was alleen maar bezig met zijn cabaret. Daar draaide alles om. Hij leefde met zijn Corry heel erg teruggetrokken in Kudelstaart en was totaal bezeten van dat ene ding: theater.”
Verhallen herinnert zich een show van Jan Jaap van der Wal die met spiekborden, Kans handelsmerk, op het toneel kwam. „Ik was stomverbaasd dat een recensent schreef dat Van der Wal zo erg op Seth Gaaikema leek. Niet begrepen dus. Dus zelfs bij mensen van wie je mag verwachten dat ze weten waarover ze het hebben, was Wim Kan al niet meer bekend.”
Als historicus maakt Verhallen zich ook graag druk om het ‘tastbare’ erfgoed van Wim Kan. Hij is de bezitter van het tuinhuisje van Wim Kan. Hierin schreef Kan zijn dagboeken en kwam zijn belangrijkste werk tot stand. Het huisje stond op een draaischijf zodat het met de zon kon meedraaien. „Jaren lang stond het huisje bij het Koningstheater, maar bij onze huidige huisvesting is geen plaats. Het staat nu keurig opgeslagen. Als we met het Koningstheater weer op een wat grotere locatie in Den Bosch zitten, wil ik het huisje daar weer neer zetten. Met alleen de liedjes en conferences kun je de herinnering aan Wim Kan niet levend houden. Op deze manier mogelijk wel.”